Hanneke is advocaat voor ondernemers en werkgevers.
hanneke.verstegen@russell.nl +31 20 301 55 55De statutair bestuurder heeft minder ontslagbescherming, maar er moet wel een redelijke grond voor het ontslag aanwezig zijn. Anders moet de werkgever een billijke vergoeding betalen. Die kan hoog zijn, zo blijkt uit een recente uitspraak. Waarom moest de werkgever deze vergoeding betalen?

Een statutair bestuurder werd na dertig jaar dienstverband onverwacht ontslagen. De werkgever stelde dat zijn functie verviel door een reorganisatie, maar kon dat niet onderbouwen. De Rechtbank Midden-Nederland oordeelde daarom dat geen redelijke grond bestond voor het ontslag en kende een forse billijke vergoeding toe.
De bestuurder werkte al ruim dertig jaar bij de vennootschap, waarvan ruim vijftien jaar als statutair bestuurder. Eind februari 2025 ontving hij plotseling een uitnodiging voor een Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AvA) met als agendapunt zijn ontslag. Een paar weken later volgde een zeer korte toelichting: het bedrijf was verlieslatend en de bestuurder had die trend niet weten te keren. De aandeelhouder wilde daarom het bedrijf meer integreren in het concern en had geen vertrouwen in het vermogen van de bestuurder om die integratie te leiden. Van overleg over de reorganisatieplannen, de rol van de bestuurder daarin of mogelijke alternatieven was geen sprake geweest.
Tijdens de AvA werd de bestuurder ontslagen. Hij werd direct op non‑actief gesteld en zijn arbeidsovereenkomst werd opgezegd per 1 augustus 2025.
De bestuurder stapte naar de rechter en vroeg om een billijke vergoeding.
De werkgever beriep zich bij de rechtbank op bedrijfseconomische redenen als grond voor het ontslag: wegens reorganisatie zou de functie van de bestuurder vervallen. De rechtbank toetste dit kritisch en kwam tot een helder oordeel: de werkgever had de noodzaak van de reorganisatie niet onderbouwd. Daarmee was geen sprake van een voldragen bedrijfseconomische grond.
De belangrijkste tekortkomingen:
De werkgever stelde tijdens de procedure dat het ontslag niets met het functioneren van de werknemer te maken had. Maar in de toelichting op het ontslagbesluit stond juist dat de bestuurder niet in staat werd geacht de integratie te leiden die ervoor kon zorgen dat het bedrijf niet langer verlieslijdend zou zijn. De rechtbank vond deze uitleg innerlijk tegenstrijdig. Bovendien moet een bestuurder voorafgaand aan de vergadering over het ontslagbesluit weten waartegen hij zich moet verweren. Een ontslaggrond achteraf “construeren” is daarom niet toegestaan.
Daarnaast had de werkgever geen enkele poging gedaan om de bestuurder te herplaatsen. Dat was wel vereist, omdat er geen sprake was van disfunctioneren en zijn werkzaamheden niet verdwenen waren. Ze waren verdeeld over andere medewerkers van het concern en een tijdelijke bestuurder die in plaats van de ontslagen bestuurder was benoemd. Volgens de rechtbank had de bestuurder dus waarschijnlijk een andere rol binnen het concern kunnen vervullen. Door dat niet te onderzoeken, schond de werkgever een belangrijke verplichting bij een reorganisatieontslag.
De rechtbank kwalificeerde de handelwijze van de werkgever als ernstig verwijtbaar. De bestuurder werd volledig verrast door de melding van het voornemen om hem te ontslaan, kreeg slechts een summiere en later gewijzigde ontslagreden en werd direct op non‑actief gesteld zonder noodzaak. Ook had de werkgever hem niet betrokken bij de reorganisatieplannen die hem direct raakten. Gezien zijn lange staat van dienst woog dit extra zwaar. De bestuurder had daarom recht op een billijke vergoeding, naast de transitievergoeding.
Bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding keek de rechtbank naar de verwachte periode die de bestuurder zonder werk zou zijn (maximaal twee jaar), het inkomensverlies over die periode, de pensioenschade en de ernst van het verwijt. De WW‑uitkering werd niet in mindering gebracht, omdat aannemelijk was dat de bestuurder een lager betaalde functie zou moeten accepteren. Alles bij elkaar leidde dit tot een vergoeding van € 222.000.
Deze uitspraak laat zien dat het ontslag van een statutair bestuurder geen formaliteit is. Ook bij bestuurders geldt:
Een gebrekkig voorbereid ontslag kan leiden tot hoge vergoedingen.
Bestuurders hebben weliswaar minder ontslagbescherming dan reguliere werknemers, maar het is niet zo dat zij helemaal geen bescherming hebben. Deze uitspraak bevestigt dat:
Heeft u vragen naar aanleiding van deze blog of wilt u als statutair bestuurder advies of juridische ondersteuning in een geschil met uw werkgever? Of bent u werkgever van een statutair bestuurder en wilt u weten wat uw opties zijn bij een conflict met de bestuurder? Wij staan u graag bij. Neem contact met ons op:
Banken kunnen op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) verplicht zijn een klant te weigeren of de relatie met de klant te beëindigen. Ook goede doelen kan dit overkomen. Wanneer mag een bank de relatie beëindigen? En moet een klant meewerken aan het onderzoek van een bank?
De Wet transparantie en tegengaan ondermijning door maatschappelijke organisaties (Wtmo) legde enkele nieuwe verplichtingen op aan goede doelen. Het wetsvoorstel is echter op 24 maart 2026 door de Eerste Kamer verworpen.
De Europese AI Act verplicht werkgevers om te zorgen dat werknemers voldoende kennis hebben van de AI-systemen. Dat kan door middel van trainingen, maar ook door een op het bedrijf toegesneden AI-beleid. Wat moet u in een dergelijk beleid opnemen? Welke rol speelt de ondernemingsraad bij de invoering van het AI-beleid?
Een werknemer die niet goed presteert mag ontslagen worden. Maar dan moet deze wel eerst de kans hebben gekregen om het functioneren te verbeteren door middel van een verbetertraject of PIP. Aan welke eisen moet zo’n traject voldoen?
De ondernemingsraad heeft instemmingsrecht bij vaststelling, wijziging of intrekking van een beloningssysteem. Is een wijziging van een aandelenregeling een wijziging van het beloningssysteem?
De Tweede Kamer heeft op 16 december 2025 de Wet digitale algemene vergadering privaatrechtelijke rechtspersonen aangenomen. Deze wet maakt het mogelijk om algemene vergaderingen volledig digitaal te houden. Wat betekent dit voor bestuurders en aandeelhouders van bv’s, nv’s en andere rechtspersonen?