Reinier adviseert nationale en internationale bedrijven
reinier.russell@russell.nl +31 20 301 55 55Een houdstermaatschappij dient bij het geven van instructies aan de bestuurders van een dochtervennootschap niet alleen te letten op het belang van het concern als geheel, maar ook op het belang van de dochtervennootschap. Bestuurders van de dochtervennootschap hebben een eigen verantwoordelijkheid en moeten instructies weigeren die het voortbestaan van hun onderneming in gevaar brengen.

Iedere vennootschap is wettelijk verplicht om haar eigen belang te behartigen. Daardoor kunnen vennootschappen van hetzelfde concern in bepaalde situaties tegenover elkaar staan. Wat betekent dit voor de toelaatbaarheid van instructies van een moedermaatschappij aan een dochtervennootschap? Mag een moedervennootschap een dochtervennootschap verplichten om zich borg te stellen voor een andere dochtervennootschap of voor het gehele concern, een zogenaamd financieel kruisverband?
Het bestuur van de moedervennootschap kan het beleid van de dochter beïnvloeden door in de statuten daarvan te bepalen dat het bestuur van de dochter zich moet gedragen naar de instructies van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA). Op deze manier heeft de moedermaatschappij als enig aandeelhouder instructierecht. Tevens kan zij via de AVA ongehoorzame bestuurders schorsen of ontslaan en op die manier invloed uitoefenen op het beleid van de dochter.
Het instructierecht is echter niet onbeperkt. De AVA mag namelijk de grenzen van haar taken en bevoegdheden niet overschrijden, omdat zij anders te veel op de stoel van de bestuurder gaat zitten. Dit kan bovendien persoonlijke aansprakelijkheid van de aandeelhouder tot gevolg hebben. Kortom: het besturen van de vennootschap blijft een autonome bevoegdheid van het bestuur.
Ook de inhoud van de instructie is aan grenzen gebonden. Het is bijvoorbeeld niet aanvaardbaar dat het voortbestaan van de dochtervennootschap ernstig op het spel wordt gezet. Dat is namelijk in strijd met het eigen belang van de dochtervennootschap. Een voorbeeld hiervan zijn instructies met betrekking tot financieel onverantwoorde dividenduitkeringen.
De bestuurders van de dochtervennootschap hebben een eigen verantwoordelijkheid bij het opvolgen van instructies. Zij dienen deze niet klakkeloos uit te voeren, maar behoren te letten op zowel het belang van de vennootschap als dat van het concern als geheel.
Het voornaamste belang van een vennootschap is het blijvende welzijn van de onderneming. Bestuurders hebben de taak om het succes van de onderneming veilig te stellen en te bevorderen. Doen ze dat niet, dan kan er sprake zijn van onbehoorlijke taakvervulling. Te denken valt aan handelingen waarvan het voorspelbaar is dat ze het voortbestaan van de vennootschap in gevaar zullen brengen, bijvoorbeeld een instructie om dividend uit te keren, terwijl de financiële situatie van de vennootschap dat niet toelaat. In dat geval zijn bestuurders persoonlijk aansprakelijk voor de schade die de vennootschap en derden lijden.
Echter, in concernverhoudingen geldt er tevens een ander belang: dat van het concern als geheel. Bestuurders van dochtervennootschappen hebben zich te richten naar het concernbelang, maar mogen ook het “eigen” vennootschappelijk belang niet verkwanselen.
Deze belangen zullen dikwijls gelijk lopen, maar de bestuurders moeten altijd een behoorlijke belangenafweging maken.
Een instructie aan de dochter om zich borg te stellen voor andere groepsmaatschappijen is toelaatbaar indien hiermee het voortbestaan van de dochteronderneming niet in grote mate op het spel wordt gezet.
Dit zal in de praktijk ook niet snel het geval zijn. Meestal zal een dochtervennootschap juist voordeel hebben van medewerking aan de betreffende instructies.
In een financieel kruisverband moeten immers ook de andere vennootschappen zich borg stellen voor de dochteronderneming. Daardoor profiteren alle vennootschappen van een grotere kredietruimte en risicospreiding. Het concernbelang én het vennootschappelijk belang van de dochter zullen er dus bij gebaat zijn. Dergelijke instructies zijn daarom toelaatbaar en de dochter dient ze in principe na te leven.
Wilt u het recht tot het geven van instructies vastleggen in de statuten? Wilt u weten wanneer u een instructie moet weigeren? Of wilt u meer informatie over uw taken, bevoegdheden en aansprakelijkheid als bestuurder? Neem contact met ons op:
Grote Nederlandse vennootschappen zijn wettelijk verplicht een Raad van Commissarissen te hebben. Hebben commissarissen minder bevoegdheden als het gaat om de dochteronderneming van een internationaal concern? Hoe onafhankelijk moeten zij zijn?
Met een 403-verklaring kan een moedermaatschappij zich aansprakelijk stellen voor de schulden van een dochtermaatschappij. Hierdoor kan de dochtermaatschappij volstaan met een sterk vereenvoudigde jaarrekening. Bij verkoop van de dochter dient de verklaring te worden ingetrokken. Deze nieuwsflits legt uit welke regels daarvoor gelden en welke gevaren de moedermaatschappij loopt wanneer zij de verklaring niet rechtsgeldig intrekt.
Banken kunnen op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) verplicht zijn een klant te weigeren of de relatie met de klant te beëindigen. Ook goede doelen kan dit overkomen. Wanneer mag een bank de relatie beëindigen? En moet een klant meewerken aan het onderzoek van een bank?
De Wet transparantie en tegengaan ondermijning door maatschappelijke organisaties (Wtmo) legde enkele nieuwe verplichtingen op aan goede doelen. Het wetsvoorstel is echter op 24 maart 2026 door de Eerste Kamer verworpen.
De statutair bestuurder heeft minder ontslagbescherming, maar er moet wel een redelijke grond voor het ontslag aanwezig zijn. Anders moet de werkgever een billijke vergoeding betalen. Die kan hoog zijn, zo blijkt uit een recente uitspraak. Waarom moest de werkgever deze vergoeding betalen?
De Tweede Kamer heeft op 16 december 2025 de Wet digitale algemene vergadering privaatrechtelijke rechtspersonen aangenomen. Deze wet maakt het mogelijk om algemene vergaderingen volledig digitaal te houden. Wat betekent dit voor bestuurders en aandeelhouders van bv’s, nv’s en andere rechtspersonen?