Reinier adviseert nationale en internationale bedrijven
reinier.russell@russell.nl +31 20 301 55 55Aan bestuurders wordt doorgaans jaarlijks decharge verleend en bij hun aftreden. Wat houdt deze decharge in en hoe ver strekt zij? Geldt de decharge ook als de bestuurder zijn taken niet goed heeft vervuld en bijvoorbeeld zich ten koste van het bedrijf heeft verrijkt of de administratie niet op orde had?

Een bestuurder is op grond van het Burgerlijk Wetboek gehouden tot een behoorlijke taakvervulling. Op het moment dat een bestuurder zijn taken niet naar behoren uitvoert, kan de rechtspersoon, een curator of een derde deze bestuurder aansprakelijk stellen voor de schade die is ontstaan door de onbehoorlijke taakvervulling. De rechtspersoon en de curator kunnen de bestuurder echter niet meer aanspreken voor het handelen van de bestuurder indien zij decharge hebben verleend voor het gevoerde bestuur. Uitgangspunt hierbij is dat de algemene vergadering weet waarvoor zij decharge verleent en dat de decharge zich beperkt tot deze kennis.
Decharge is feitelijk het ontslag van aansprakelijkheid van een bestuurder tegenover de rechtspersoon. De rechtspersoon kan de bestuurder na het verlenen van decharge in beginsel niet meer aansprakelijk stellen voor de schade die de rechtspersoon door het handelen van de bestuurder – waarmee de algemene vergadering bekend was – heeft geleden of nog kan lijden.
Decharge wordt vaak op de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering verleend. Er wordt dan decharge verleend over het voorgaande boekjaar op basis van de informatie die de bestuurder vóór het dechargebesluit aan de aandeelhoudersvergadering heeft medegedeeld, zo volgt uit vaste rechtspraak.
Naast decharge op de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering, wordt decharge ook verleend wanneer een bestuurder aftreedt. Er wordt in deze situatie vaak decharge verleend aan de bestuurder voor zijn gehele bestuursperiode. Dit is echter niet zonder gevolgen. Wanneer decharge wordt verleend over de gehele bestuursperiode kunnen de rechtspersoon en de curator geen beroep meer doen op aansprakelijkheid van de bestuurder op grond van een onbehoorlijke taakvervulling.
Decharge moet op grond van artikel 2:210 lid 3 BW als afzonderlijk agendapunt worden behandeld. Het enkel vaststellen van de jaarrekening, houdt niet in dat automatisch decharge aan het bestuur wordt verleend.
De reikwijdte van het dechargebesluit is afhankelijk van de informatie en de stukken die aan de algemene vergadering ter beschikking zijn gesteld. Het dechargebesluit reikt niet verder dan de informatie die ter beschikking is gesteld aan de algemene vergadering van aandeelhouders. In sommige gevallen zijn echter nog niet alle gevolgen van het handelen van de bestuurder bekend. In dergelijke gevallen is het verstandig om niet al te lichtvaardig tot dechargeverlening over te gaan. De aan een bestuurder door de algemene vergadering verleende decharge zonder voorbehoud ziet op alle door de bestuurder verrichte bestuursactiviteiten gedurende de periode waar het jaarverslag op ziet die hij aan de algemene vergadering heeft medegedeeld.
Voor een statutair bestuurder is het belangrijk om te realiseren dat geen recht op verlening van decharge bestaat. Dit kan dan ook niet afgedwongen worden. De bestuurder doet er goed aan om bij iedere oproeping voor de jaarlijkse algemene vergadering als agendapunt het onderwerp decharge voor te stellen. Ook is het belangrijk dit onderwerp op te werpen bij tussentijds aftreden.
Vooral in de situatie waarin een bestuurder wordt ontslagen – maar ook in alle ander gevallen – is het van belang het dechargebesluit helder te formuleren. De bestuurder zal in dit geval een belang hebben bij een volledige decharge, terwijl de rechtspersoon een belang heeft bij het behouden van de mogelijkheid om de bestuurder aansprakelijk te houden, indien blijkt dat het bestuurlijk handelen te wensen over liet. Ons advies is daarom om een dechargebesluit helder en zorgvuldig te formuleren en eventueel een voorbehoud op te nemen in het dechargebesluit, zodat achteraf geen discussie ontstaat over de reikwijdte van de decharge.
Op de hoofdregel dat een dechargebesluit expliciet moet worden verleend, geldt de volgende uitzondering. Als alle aandeelhouders tevens bestuurder zijn, geldt ondertekening van de jaarrekening door alle bestuurders ook als vaststelling van de jaarrekening. Deze vaststelling leidt automatisch tot decharge van de bestuurders. Voorwaarde is wel dat de eventuele overige vergadergerechtigden in de gelegenheid zijn gesteld om kennis te nemen van de jaarrekening en met deze wijze van vaststelling hebben ingestemd. Deze uitzondering is voor veel DGA’s van toepassing.
Een dechargebesluit geldt slechts voor de interne aansprakelijkheid, alleen de rechtspersoon zelf en de curator kunnen de bestuurder niet langer aanspreken. Derden kunnen de bestuurder nog immer aansprakelijk stellen voor schade die de bestuurder is toe te rekenen op grond van bijvoorbeeld onrechtmatige daad. Indien de rechtspersoon failliet is gegaan en onbehoorlijk bestuur daarvan een belangrijke oorzaak was, kunnen de rechtspersoon en de curator de bestuurder aansprakelijk stellen ondanks de verleende decharge. Tot slot is ook in gevallen van frauduleuze onttrekkingen of manipulatie van de boeken door de bestuurder de decharge niet geldig.
Heeft u vragen over decharge of bestuurdersaansprakelijkheid? Of wilt u een geschil over uw onderneming aan ons voorleggen? Aarzel dan niet om contact met ons op te nemen:
De Tweede Kamer heeft op 16 december 2025 de Wet digitale algemene vergadering privaatrechtelijke rechtspersonen aangenomen. Deze wet maakt het mogelijk om algemene vergaderingen volledig digitaal te houden. Wat betekent dit voor bestuurders en aandeelhouders van bv’s, nv’s en andere rechtspersonen?
Wanneer is sprake van persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder? Wat kan een bestuurder doen om deze te voorkomen?
De Wet transparantie en tegengaan ondermijning door maatschappelijke organisaties (Wtmo) legt enkele nieuwe verplichtingen op aan goede doelen. Welke zijn dit? Welke maatregelen moeten non-profits daarom nemen?
Het besturen van een non-profitorganisatie vraagt niet alleen om idealisme en inzet, maar ook om verstandig omgaan met de juridische mogelijkheden en risico’s. Dat maakt het goede doel toekomstbestendig. Wat zijn belangrijke onderwerpen die goed geregeld moeten worden?
Een earn-out bij een bedrijfsovername biedt kansen en risico’s. De voormalige directeur-grootaandeelhouder (DGA) blijft betrokken bij de onderneming en een deel van de koopprijs blijft afhankelijk van toekomstige prestaties. Welke aspecten zijn hierbij van belang?
Veel bedrijven hebben geen ondernemingsraad, terwijl dat wel zou moeten. Wanneer is het instellen daarvan verplicht? Welke voordelen heeft een OR? Wat zijn de gevolgen als uw bedrijf geen ondernemingsraad heeft?