Reinier adviseert nationale en internationale bedrijven
reinier.russell@russell.nl +31 20 301 55 55De beëindiging van een agentuur- of distributieovereenkomst kan verreikende gevolgen hebben voor de betrokken partijen. In veel gevallen zullen zowel de agent en de leverancier als de principaal en de distributeur grotendeels afhankelijk zijn van deze relatie en zij kunnen veel geïnvesteerd hebben in de voortzetting en ontwikkeling ervan.

In het bijzonder kan dit het geval zijn voor de agent of leverancier voor wie de agentuur- of distributierelatie een voorname bron van inkomsten is, als het al niet de belangrijkste is, en die dus financieel kwetsbaar worden als gevolg van de beëindiging ervan. Het zal daarom niet als een verrassing komen dat een van de belangrijkste bronnen voor discussies bij de beëindiging van een agentuur- of distributierelatie wordt gevormd door de compensatie die de principaal of leverancier verschuldigd is aan de agent of distributeur.
De vraag op hoeveel vergoeding de agent of distributeur recht hebben – en of zij recht op vergoeding hebben – is niet altijd makkelijk te beantwoorden. Hierbij moet onderscheid worden gemaakt tussen de agentuurovereenkomst enerzijds en de distributieovereenkomst anderzijds.
Als de agentuurrelatie wordt beëindigd door de principaal heeft de agent mogelijk recht op goodwill, een vergoeding voor de klanten die de agent tijdens de overeenkomst heeft aangebracht bij de principaal. Als de agent de overeenkomst beëindigt, is er in principe geen recht op goodwill, tenzij de beëindiging het gevolg is van omstandigheden die voor rekening van de principaal komen – bijvoorbeeld omdat de principaal zich niet aan de overeenkomst met de agent heeft gehouden – of dit op andere gronden is gerechtvaardigd.
De agent heeft recht op goodwill als hij gedurende de agentuurrelatie nieuwe klanten heeft aangebracht bij de principaal of heeft gezorgd dat deze meer klandizie heeft gekregen van bestaande klanten en de principaal hiervan profijt zal blijven hebben.
Op hoeveel goodwill de agent recht heeft, wordt in drie stappen berekend:
Dit maakt duidelijk dat het niet altijd eenvoudig zal zijn – en een bron van onenigheid tussen de agent en de principaal – om te bepalen of en hoeveel goodwill aan de agent betaald moet worden. Het is goed om er op te wijzen dat de agent, wil deze recht hebben op goodwill, eerst zal moeten bewijzen dat de principaal profijt zal blijven trekken uit de agentuurrelatie. Hoewel de rechters dit lange tijd vrij snel aannamen, zijn zij de laatste jaren hierin strikter geworden.
Rechters zijn tegenwoordig eerder bereid om een eis dat goodwill betaald wordt af te wijzen als de agent onvoldoende heeft gesteld om aan te tonen dat hij nieuwe klanten heeft aangebracht en/of de klandizie van bestaande klanten heeft uitgebreid en dat, wat cruciaal is, de principaal hiervan zal profiteren na afloop van de overeenkomst.
De regeling voor de goodwill die aan de agent verschuldigd is, is wettelijk vastgelegd. De principaal en de agent kunnen niet in het contract overeenkomen dat de agent geen recht op goodwill heeft.
Naast goodwill kan de agent ook recht hebben op schadevergoeding vanwege de beëindiging van de agentuurovereenkomst. Dit is bijvoorbeeld het geval als de agent de overeenkomst beëindigt, maar de reden hiervoor omstandigheden zijn die aan de principaal zijn toe te rekenen, zodat de beëindiging aan hem te wijten is, of als de beëindiging door de principaal in strijd is met de overeenkomst of met de wet, bijvoorbeeld als met een maand wordt opgezegd, terwijl de wettelijke opzegtermijn twee maanden is.
Hoewel schadevergoeding kan worden toegewezen naast goodwill, mag dit niet leiden tot een dubbele vergoeding. Verlies van commissie door de agent zal deze dus in principe geen recht op schadevergoeding geven, aangezien dit verlies al wordt gedekt door de goodwill.
De distributieovereenkomst kent geen wettelijke regeling. Er zijn dus ook geen specifieke bepalingen in het Burgerlijk Wetboek die regelen hoe de overeenkomst wordt beëindigd of op welke vergoeding de distributeur bij beëindiging recht heeft. Wel zijn de algemene bepalingen over contracten en de onderliggende beginselen van redelijkheid en billijkheid van toepassing op de distributieovereenkomst.
In tegenstelling tot de agent heeft de distributeur bij beëindiging van het contract geen recht op goodwill. Hij kan echter wel recht hebben op andere vormen van vergoeding. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als de distributeur omvangrijke investeringen heeft gedaan met het oog op de voortzetting van de distributierelatie, kort voordat de leverancier deze beëindigt.
Op grond van de redelijkheid en billijkheid kan de leverancier verplicht zijn de distributeur voor de gemaakte kosten te compenseren. Onder deze kosten kunnen onder andere vallen advertentiekosten om de producten te promoten in het rayon van de distributeur en ook de wervingskosten voor personeel dat speciaal is ingehuurd vanwege de distributierelatie. In deze gevallen kan het ook van belang zijn of de leverancier wist van deze investeringen en kon voorzien dat met het oog op de komende beëindiging de distributeur niet meer in staat zou zijn om deze terug te verdienen.
Een belangrijke mogelijke grond voor vergoeding van de distributeur bij beëindiging door de leverancier kan liggen in het compenseren van de distributeur voor gemiste winst, wat in het bijzonder van belang kan zijn als de distributeur in belangrijke mate afhankelijk is van de distributierelatie. Op dit moment zijn er nog geen duidelijke richtlijnen om te bepalen of en hoeveel vergoeding in deze gevallen aan de distributeur verschuldigd is, wat leidt tot een grote mate van onzekerheid.
Ook als de leverancier de distributieovereenkomst heeft beëindigd zonder de vereiste opzegtermijn in acht te nemen, kan de distributeur recht hebben op vergoeding. In dit geval kan de rechter besluiten dat de beëindiging in stand blijft, maar dat de distributeur recht heeft op vergoeding van de hierdoor geleden schade.
Heeft u vragen over het beëindigen of juist het sluiten van een agentuur- of een distributieovereenkomst? Heeft u een conflict met uw leverancier of agent en wilt u weten hoe u er juridisch voor staat? Russell Advocaten is u graag van dienst. Neem contact op met onze advocaten voor agentuur en distributie:
Per 1 januari 2026 wijzigt de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (“Wwft”). Dan worden contante betalingen van EUR 3.000 of meer verboden. Wat betekent dit voor de retailsector en de kunsthandel?
Wanneer is sprake van persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder? Wat kan een bestuurder doen om deze te voorkomen?
Geregeld is aan een franchiseovereenkomst ook een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte gekoppeld. Wat gebeurt er als franchisegever en franchisenemer een conflict krijgen? Blijft de huurovereenkomst overeind bij problemen in de franchise?
Het besturen van een non-profitorganisatie vraagt niet alleen om idealisme en inzet, maar ook om verstandig omgaan met de juridische mogelijkheden en risico’s. Dat maakt het goede doel toekomstbestendig. Wat zijn belangrijke onderwerpen die goed geregeld moeten worden?
Bijna alle bedrijven maken inmiddels gebruik van een of andere vorm van AI. Dat betekent dat ze te maken kunnen krijgen met de verboden en regelingen uit de Europese AI Act. Hoe zorgt u dat u voldoet aan deze regels?
De nieuwe Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) stelt strengere eisen aan uitzendbureaus, payrollbedrijven en detacheerders. Maar ook voor bedrijven die van hun diensten gebruik maken heeft de Wtta grote gevolgen. Wat betekent dit voor hun personeelsbeleid en administratie?