Rechter moet bewijsaanbod serieus nemen

Publicatiedatum 27 oktober 2014
Aan welke eisen moet een bewijsaanbod voldoen? Wanneer mag de rechter een dergelijk aanbod afwijzen? Door de nieuwe Wet werk en zekerheid wordt het bewijsrecht in het arbeidsrecht belangrijker. In zijn noot voor het tijdschrift Jurisprudentie Arbeidsrecht (JAR) gaat mr. Jan Dop in op deze en andere vragen en ontwikkelingen.

expert - social media

Bewijsperikelen doen zich in het arbeidsrecht met name voor bij bodemprocedures zoals de procedure wegens kennelijk onredelijke opzegging (KOO) of een loonvorderingsprocedure na een ontslag op staande voet. De werknemer die stelt dat de opzegging van zijn arbeidsovereenkomst kennelijk onredelijk is, draagt hiervan in beginsel de bewijslast. Bij ontbindingsprocedures is de rechter betrekkelijk vrij in de bewijswaardering en mede vanwege het ontbreken van hoger beroep en cassatie zijn daar bewijsproblemen nauwelijks aan de orde, zeker niet met betrekking tot het horen van getuigen (Zie M. Westerbeek, “Het voorlopig getuigenverhoor in het arbeidsrecht: onbekend maakt onbemind?”, Arbeidsrecht 2013/31). Dit zal onder het nieuwe ontslagrecht mogelijk anders worden door de invoering van onder meer hoger beroep en cassatie bij ontbindingsprocedures. Een en ander is voldoende aanleiding om te bezien welke eisen aan een bewijsaanbod worden gesteld.

Onderhavig arrest onderstreept dat een bewijsaanbod tot het horen van getuigen (art. 166 Rv.) in een bodemprocedure niet snel (ongemotiveerd) mag worden gepasseerd door de rechter. Is het bewijsaanbod tot het horen van getuigen voldoende specifiek en heeft het betrekking op feiten die tot de beslissing van de zaak kunnen leiden, dan zal het aanbod in beginsel moeten worden gehonoreerd (Van Nispen, T&C Burgerlijke rechtsvordering, art. 166 Rv, aant.3). Volgens vaste rechtspraak geldt de eis van specificatie niet voor een aanbod tot het leveren van tegenbewijs (o.a. HR 9 juli 2004, NJ 2005, 270 m.nt. W.D.H. Asser en HR 17 februari 2012, NJ 2012/96). In geval van tegenbewijs is namelijk al duidelijk wat het object van de bewijslevering is.

De eis dat een bewijsaanbod voldoende specifiek dient te zijn houdt in dat duidelijk moet zijn op welke stellingen het bewijs betrekking heeft (Sdu Commentaar Burgerlijk Procesrecht, nr. 144, aant. C.3.2. p. 504). Of een bewijsaanbod voldoende specifiek is, hangt af van de omstandigheden van het geval, waarbij de rechter, mede in verband met de eisen van een goede procesorde, moet letten op de wijze waarop het processuele debat zich heeft ontwikkeld en het stadium waarin de procedure verkeert (HR 9 juli 2004, NJ 2005, 270 m.nt. W.D.H. Asser). Daarnaast zal worden meegewogen of de partij die het bewijsaanbod doet voldoende gesteld heeft. Is niet aan de stelplicht voldaan, dan kan volgens de Hoge Raad reeds op die grond het bewijsaanbod worden gepasseerd (o.a. HR 3 december 2004, NJ 2005, 160 m.nt. M.M. Mendel). Er mag echter niet worden verlangd dat ook wordt aangegeven wát er door de getuigen zal kunnen worden verklaard. Het stellen van een dergelijke eis zou mogelijk ook kunnen wringen met het prognoseverbod. De rechter mag namelijk bij de beoordeling van een bewijsaanbod niet vooruit lopen op de resultaten van het getuigenverhoor (HR 9 juli 2004, NJ 2005, 270 m.nt. W.D.H. Asser).

Aan een bewijsopdracht in hoger beroep mogen hogere eisen worden gesteld dan aan een bewijsaanbod in eerste aanleg. Zo mag worden verwacht dat de partij die een bewijsaanbod doet voldoende concreet aangeeft op welke van haar stellingen het bewijsaanbod betrekking heeft en welke personen daarover een verklaring kunnen afleggen. Het feit dat de rechter in eerste aanleg al getuigen heeft gehoord of dat er schriftelijke verklaringen zijn overgelegd mag niet leiden tot een afwijzing van het bewijsaanbod in hoger beroep. Wel kan in dat geval de eis dat een bewijsaanbod voldoende specifiek moet zijn, meebrengen dat nader wordt aangegeven in hoeverre de getuigen meer of anders kunnen verklaren dan zij al hebben gedaan. Het hof mag echter niet een bewijsaanbod door middel van het horen van getuigen afwijzen omdat de overgelegde schriftelijke verklaringen te weinig specifiek zijn. (HR 27 mei 2011, «JAR» 2011/173 en NJ 2011/512, m.nt. H.B. Krans).

In onderhavig arrest gaat het om een leraar die wegens seksuele intimidatie van minderjarige leerlingen op staande voet was ontslagen. In het hoger beroep van de verloren KOO-procedure bood de leraar bewijs aan onder andere door middel van het horen van de (minderjarige) leerlingen, die voorafgaand aan het ontslag van de werknemer de voor hem belastende schriftelijke verklaringen hadden afgelegd, respectievelijk in eerste aanleg door de rechter als getuigen waren gehoord. Het hof ging in zijn arrest zonder enige motivering aan dit aanbod voorbij, mogelijk vanwege de belasting die een dergelijk verhoor meebrengt voor minderjarigen, terwijl in eerste aanleg al (twee) leerlingen als getuige waren gehoord. Dat gaat niet en vindt geen genade bij de Hoge Raad die de ongemotiveerde afwijzing – hoe gewenst die mogelijk ook is – casseert.

Het gaat in hoger beroep vaker mis met (de motivering van) het afwijzen van een bewijsaanbod: A-G Spier spreekt in zijn conclusie van “een route die trouwens ook zou kunnen bijdragen aan de éducation permanente van het Hof dat mogelijk nog niet voldoende is doordrongen van de noodzaak om in te gaan op een specifiek bewijsaanbod; we zien dat helaas vaker”. Regelmatig casseert de Hoge Raad een arrest van een hof vanwege het ten onrechte passeren van een bewijsaanbod (zie onder meer HR 11 maart 2011, «JAR» 2011/91, m.nt. C. Nekeman en HR 10 februari 2012, «JAR» 2012/73, m.nt. Van der Voet en Zielinski). De Hoge Raad gebruikt daarbij niet zelden de kwalificatie ‘onbegrijpelijk’ waar het gaat om het oordeel van een hof een bewijsaanbod te passeren. De kroniek Bewijsrecht, TCR 2013, nr. 2, geeft een helder overzicht van een aantal arresten uit 2012, waar het gaat om (gecasseerde) afwijzingen van bewijsaanbiedingen in hoger beroep. Waarschijnlijk spelen andere, soms ook meer praktische overwegingen, daarbij een rol zoals capaciteitsgebrek, nu zeker getuigenverhoren een groot beslag leggen op de tijd van de rechterlijke macht, dan wel (impliciet) tóch een bewijsprognose, zoals ook A-G Spier in zijn conclusie overweegt: “Is er een meer dan theoretische kans dat de verwijzingsrechter tot een anders resultaat zal komen, mede gezien het beperkte kader dat na een eventuele verwijzing nog resteert?” In veel gevallen waarin een bewijsaanbod werd gepasseerd waren er bovendien al schriftelijke verklaringen overgelegd of had een getuigenverhoor plaatsgevonden, waardoor kennelijk weinig behoefte meer bestond aan nog een ronde van verhoren.

Onderhavig arrest maakt wederom duidelijk dat de Hoge Raad weinig ruimte laat een bewijsaanbod te passeren, ook al zijn daar op zichzelf goede redenen voor te geven. Alleen met een gedegen motivering, bijvoorbeeld met betrekking tot de stelplicht, kan aan een bewijsaanbod voorbijgegaan worden. De partij die geen getuigenverhoor wil, kan zichzelf een goede dienst bewijzen door hiervoor redenen te geven, zodat het hof gedwongen wordt daarop in te gaan en aan de hand daarvan een bewijsaanbod op correcte wijze kan passeren.

Het besproken arrest

    Deel op social media

    • Arbeidsrecht en ontslag

    Equality in the workplace: Taking care of female employees

    21 oktober 2021

    Werkgevers moeten hun personeel gelijk behandelen. Om die gelijke behandeling op de werkplek te realiseren moeten zij echter wel rekening houden met genderverschillen. Waar moeten werkgevers op letten als zij voor een bedrijfscultuur willen zorgen waarbij iedereen zich prettig voelt? Wat zijn de rechten van zwangere werkneemsters en van personeelsleden met kinderen? Onze advocaten Priscilla de Leede en Eileen Pluijm beantwoorden deze vragen in hun bijdrage aan Lady Justice, het magazine van de Women Lawyers Section van Primerus.

    lees verder
    • Ondernemingsraad
    • Arbeidsrecht en ontslag

    Ondernemingsraad: Coronamaatregelen en verplichte vaccinaties

    11 oktober 2021

    Welke rechten heeft de OR ten aanzien van de coronamaatregelen binnen de onderneming? En welke rol speelt de OR als het gaat om de (on)mogelijkheid van verplichte vaccinatie tegen het coronavirus?

    lees verder
    • Arbeidsrecht en ontslag

    Personeel: Wat betekent het uitstel van de handhaving van de Wet DBA voor opdrachtgevers en zzp’ers?

    4 oktober 2021

    De handhaving van de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties blijft uitgesteld tot er een nieuw kabinet komt. Wat betekent dit voor u als opdrachtgever of zzp’er?

    lees verder
    • Retail
    • Arbeidsrecht en ontslag

    Questions and challenges during COVID-19: Dutch employment law, tenancy law and contract law

    13 september 2021

    In this article, we will discuss several questions and challenges in the field of Dutch employment law, tenancy law and contract law during COVID-19.

    lees verder
    • ICT, privacy en intellectuele eigendom
    • Arbeidsrecht en ontslag

    Uberchauffeur is werknemer, geen zelfstandige

    13 september 2021

    Volgens de Rechtbank Amsterdam zijn Uber-chauffeurs werknemers. Zij vallen daarom onder de CAO-taxivervoer met alle daaraan verbonden rechten en plichten. Hoe is de rechtbank tot dit oordeel gekomen? En wat betekent dit voor andere vormen van platformwerk?

    lees verder
    • Arbeidsrecht en ontslag

    Hoe staat het ervoor met de Wet DBA: een update

    9 september 2021

    Het kabinet doet een nieuw voorstel om meer duidelijkheid te geven over wie werknemer en wie zelfstandige is. Wat houdt deze Wet minimumbeloning zelfstandigen en zelfstandigenverklaring in?

    lees verder
    • Ondernemingsrecht

    Is een managementovereenkomst een arbeidsovereenkomst of een opdrachtovereenkomst?

    26 augustus 2021

    Hebben de nieuwe regels van de Hoge Raad voor het beoordelen van arbeidsovereenkomsten ook gevolgen voor de managementovereenkomst? De rechtspraak is er nog niet uit. Dat blijkt uit uitspraken van het Hof Arnhem-Leeuwarden en de Rechtbank Midden-Nederland over de managementovereenkomst van de CFO van de Volksbank.

    lees verder
    • Arbeidsrecht en ontslag

    Ontslag zieke statutair bestuurder

    11 augustus 2021

    Een zieke werknemer mag niet worden ontslagen. Een werknemer die weet dat ontslag dreigt, kan echter niet daaraan ontkomen door zich ziek te melden. Maar wanneer weet de werknemer dat dit het geval is? Die vraag stond centraal bij de rechtszaak over het ontslag van de CFO van de Volksbank.

    lees verder