Wat is de rol van een OR(ondernemingsraad) bij een reorganisatie?

De OR speelt een belangrijke rol bij reorganisaties. Tijdens reorganisaties heeft de OR een adviesrecht ten aanzien van één of meerdere onderdelen van de reorganisatie. Zo moet de OR om advies worden gevraagd bij het opstellen van een Sociaal Plan bij een collectief ontslag, ook als de werkgever hierover onderhandelt met de vakbonden.

In sommige gevallen moet de OR ook om instemming worden gevraagd, bijvoorbeeld bij vaststelling, wijziging of intrekking van onder meer een belonings- of functiewaarderingssysteem en een regeling op het gebied van het aanstellings-, ontslag- en bevorderingsbeleid. Dit betreft dus beleidswijzigingen en niet de concrete maatregelen.

Om uw rol als OR goed uit te kunnen oefenen, is het belangrijk dat u zo vroeg mogelijk bij de reorganisatie wordt betrokken. Vraag daarom tijdig om informatie en plan vergaderingen met de bestuurder, als deze u niet zelf bij de reorganisatieplannen betrekt.

Deel op social media

Gerelateerde vragen

  • Kunnen er extra bevoegdheden aan de OR worden gegeven?

    Ja, dit kan. De bevoegdheden van de OR staan in principe beschreven in de Wet op de Ondernemingsraden (WOR). Het is echter mogelijk om daarnaast extra bevoegdheden aan de OR toe te kennen. Deze extra bevoegdheden moeten worden vastgelegd in een CAO of in een regeling van een overheidsorgaan. De bestuurder en de OR kunnen ook samen in een schriftelijke overeenkomst extra bevoegdheden voor de OR afspreken. Het is niet toegestaan om de wettelijke bevoegdheden van de OR in te perken.

  • Op welke faciliteiten heeft de ondernemingsraad recht?

    Om als OR goed te kunnen functioneren, zijn faciliteiten belangrijk. De OR-leden en commissieleden hebben minimaal recht op het volgende:

    • Al aanwezige zaken binnen de onderneming, zoals een vergaderruimte, computer, archiefkast, kopieerapparaat, telefoon, etc.;
    • Een secretariaat, als dit redelijkerwijs nodig is voor de vervulling van OR-taken;
    • Raadpleging van de achterban;
    • Raadpleging van deskundigen;
    • Minimaal 60 uur per jaar aan doorbetaalde tijd, onder werktijd, voor OR-werkzaamheden;
    • Minimaal 5 dagen per jaar aan doorbetaalde tijd, onder werktijd, voor scholing. (Let op: voor commissieleden is dit aantal anders.)

    Let op: kosten voor opleiding/cursussen en raadpleging van deskundigen kunnen gebonden zijn aan een jaarlijks budget.

    De bestuurder en de OR kunnen deze faciliteiten in overleg ook uitbreiden. Om zowel voor de OR als de bestuurder duidelijk te maken op welke faciliteiten de OR recht heeft, is het aan te bevelen om afspraken goed vast te leggen.

    Naast deze faciliteiten hebben OR-leden recht op arbeidsrechtelijke bescherming.

  • Wat houdt het initiatiefrecht van de OR in?

    De OR hoeft niet alleen te reageren op advies- en instemmingsvragen van de bestuurder, maar mag ook zelf initiatief nemen. De OR kan zowel tijdens als buiten overlegvergaderingen onderwerpen die de onderneming betreffen bij de bestuurder aan de orde stellen om hierover overleg te hebben. De bestuurder is dan verplicht om hierover met de OR te overleggen.

    Heeft de OR het onderwerp buiten de overlegvergadering aan de orde gesteld, dan moet de bestuurder de OR zo snel mogelijk en gemotiveerd informeren over wat de bestuurder naar aanleiding van het initiatief gaat doen. Dit nog weinig gebruikte recht is een goed middel om als OR een actieve rol te spelen.

  • Wanneer kan de OR een procedure bij de kantonrechter starten?

    De OR kan een juridische procedure starten als een bepaling uit de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) wordt overtreden. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer:

    • de bestuurder geen advies heeft gevraagd aan de OR;
    • de OR geen advies heeft kunnen geven;
    • de bestuurder het advies van de OR (gedeeltelijk) niet opvolgt;
    • de bestuurder geen instemming heeft gevraagd aan de OR;
    • er na het uitbrengen van het advies feiten en omstandigheden bekend zijn geworden die mogelijk tot een ander advies van de OR zouden hebben geleid.

    Naast deze gevallen heeft de OR ook een zogenaamde zelfstandige procesbevoegdheid. De OR kan van deze bevoegdheid gebruik maken als dat in het belang is van en wenselijk is voor een doelmatige vervulling van zijn taak. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn wanneer de OR een partij is geweest bij het sluiten van een akkoord en de geldigheid van dit akkoord wordt aangevochten. Of wanneer de OR de bestuurder wil dwingen tot nakoming van in het kader van een adviesaanvraag gemaakte afspraken.

  • Wanneer moet de OR om instemming worden gevraagd?

    De OR moet bij bepaalde besluiten om instemming worden gevraagd. Het instemmingsrecht heeft betrekking op voorgenomen besluiten inzake het sociaal beleid van de overneming, die niet door een cao worden geregeld. Hieronder vallen onder andere besluiten tot vaststelling, wijziging of intrekking van regelingen ten aanzien van:

    • werktijden en vakantie;
    • belonings- of functiewaarderingssystemen;
    • arbeidsomstandigheden, ziekteverzuim en re-integratiebeleid;
    • privacy en gebruik social media;
    • pensioen;
    • aanstellings-, ontslag- en bevorderingsbeleid;
    • personeelsopleiding of –beoordeling;
    • bedrijfsmaatschappelijk werk, werkoverleg, behandeling van klachten;
    • voorzieningen die gericht zijn of geschikt zijn voor waarneming van of controle op aanwezigheid, gedrag of prestaties van de in de onderneming werkzame personen (bijv. cameratoezicht);
    • procedure voor klokkenluiders.

    Onderwerpen die al in een cao zijn geregeld of een individueel karakter hebben, vallen niet onder het instemmingsrecht.

    De OR moet minimaal één keer vergaderen voordat er instemming kan worden gegeven. Na het overleg deelt de ondernemingsraad zo spoedig mogelijk schriftelijk zijn gemotiveerde beslissing aan de bestuurder mee.

    Indien de OR geen instemming geeft, kan de bestuurder de rechter vragen om vervangende toestemming te geven.

  • Wat kan de OR doen als de bestuurder geen advies heeft gevraagd?

    Indien de bestuurder een adviesplichtig besluit neemt zonder dat de OR heeft geadviseerd, dan kan de OR in beroep gaan bij de Ondernemingskamer. Hiervoor is vertegenwoordiging door een advocaat nodig. De Ondernemingskamer beoordeelt dan of het besluit ‘kennelijk onredelijk’ is. Dit is meestal het geval als de OR niet om advies is gevraagd. De Ondernemingskamer kan dan de bestuurder verplichten om het besluit geheel of voor een deel in te trekken en de gevolgen van het besluit ongedaan te maken. Ook kan de Ondernemingskamer de bestuurder verbieden om het besluit uit te voeren.

    Is de bestuurder van mening dat geen sprake is van een adviesplichtig besluit, maar denkt de OR dat hiervan wel sprake is? Is het besluit nog niet genomen, dan kan de OR een procedure starten bij de kantonrechter om het vragen van advies af te dwingen. De kantonrechter beslist dan of al dan niet sprake is van een adviesplichtig besluit. Is het besluit al wel genomen, dan kan de OR een procedure starten bij de Ondernemingskamer.