Reinier Russell

managing partner

Reinier adviseert nationale en internationale bedrijven

reinier.russell@russell.nl
+31 20 301 55 55

Esmée Bootsman

advocaat

Esmée geeft advies over ondernemingsrecht, contracten en corporate litigation.

esmee.bootsman@russell.nl
+31 20 301 55 55

Enquêterecht: wanneer wordt een enquêteverzoek toegewezen?

Publicatiedatum 4 juli 2024

Voordat de Ondernemingskamer een enquêteverzoek kan toewijzen, moet sprake zijn van gegronde redenen om te twijfelen aan een juist beleid of een juiste gang van zaken binnen een onderneming. Wanneer is dit het geval?

expert - social media

Eisen aan inhoud enquêteverzoek

Wie een enquêteverzoek wil indienen, moet niet alleen vooraf controleren of hij bevoegd is dat te doen, maar ook of zo’n verzoek kans van slagen heeft. Dat is het geval als de Ondernemingskamer reden ziet om te twijfelen aan een juist beleid of een juiste gang van zaken binnen de onderneming.

Wanneer is er reden voor twijfel aan een juist beleid of een juiste gang van zaken? De twijfel moet het gedrag van de leiding van de rechtspersoon betreffen, zoals het bestuur of de raad van commissarissen. Maar ook het gedrag van andere organen zoals de algemene vergadering valt hieronder. Deze twijfel hoeft niet alleen te gaan over het handelen binnen de rechtspersoon, maar kan ook het handelen buiten de rechtspersoon betreffen. Hierbij valt te denken aan een aandeelhouder die een concurrerend bedrijf begint.

Of er inderdaad reden is om te twijfelen aan het beleid of de gang van zaken binnen de onderneming ligt aan de omstandigheden van het geval. Elke keer zal de Ondernemingskamer moeten beoordelen of deze zodanig zijn dat reden bestaat voor twijfel. Er zijn wel enkele situaties waarin meestal een enquêteverzoek zal worden toegewezen.

1.   Onthouden van informatie aan niet-bestuurders

Aandeelhouders hebben recht op informatie van het bestuur. Indien aandeelhouders tevens bestuurder zijn, hebben zij tegenover de andere aandeelhouders een verzwaarde informatieplicht. De bestuurder-aandeelhouders weten meer van de stand van de onderneming en moeten daardoor meer delen met de overige aandeelhouders, zodat er een gelijk speelveld blijft tussen de aandeelhouders. Indien dit niet gebeurt of informatie wordt achtergehouden, levert dit vaak een grond op om te twijfelen aan een juist beleid of juiste gang van zaken. Een klassiek voorbeeld van schending van de informatieplicht is de besturende aandeelhouder die de bezittingen van de onderneming overhevelt naar een ander bedrijf zonder de overige aandeelhouders hierover in te lichten.

2.   Schending zorgplicht jegens minderheidsaandeelhouder

Een minderheidsaandeelhouder heeft binnen een vennootschap doorgaans een zwakkere positie. Besluiten kunnen worden genomen zonder dat de minderheidsaandeelhouder instemt. Doordat de minderheidsaandeelhouder een zwakkere positie heeft, geldt jegens hem een zorgplicht voor de meerderheidsaandeelhouder. Deze zorgplicht kan op meerdere manieren worden ingevuld, namelijk door het inschakelen van een derde om een voorgenomen transactie te beoordelen of door de minderheidsaandeelhouder uit eigen beweging, buiten de algemene vergadering om, van informatie te voorzien.

3.   Handelen in strijd met de wet

Voor rechtspersonen is het verplicht om jaarlijks een algemene vergadering (bij vennootschappen: aandeelhoudersvergadering) te houden. Tijdens deze vergadering legt het bestuur verantwoording af over het gevoerde beleid en over de huidige stand van zaken en wordt onder meer de jaarrekening vastgesteld. Voor de NV, BV en de coöperatie geldt daarnaast de wettelijke verplichting om deze te deponeren bij de Kamer van Koophandel. Zowel het niet houden van de algemene vergadering als het niet vaststellen en/of deponeren van de jaarrekening zijn op zich al grond om aan een juiste gang van zaken te twijfelen. Het zijn immers wettelijke verplichtingen die door de rechtspersoon moeten worden nageleefd.

4.   Verstoorde relaties

Verstoorde relaties kunnen voor grote problemen zorgen, zeker als privéproblemen doorwerken binnen de onderneming, zoals bij familiebedrijven kan gebeuren. Bestuurders kunnen of willen bijvoorbeeld niet meer met elkaar, de Raad van Commissarissen of de aandeelhouders praten. Zulke verstoorde relaties kunnen leiden tot ‘eilandjes’ binnen de onderneming, besluitvorming zonder overleg, het nastreven van eigen belangen, etc. waarbij de belangen van de vennootschap uit het oog verloren worden. Daarmee kan het voortbestaan van de onderneming in gevaar komen.

5.   Impasse in de algemene vergadering

Daarnaast kunnen verstoorde verhoudingen tot een impasse binnen de algemene vergadering leiden. Aandeelhouders willen niet meer met elkaar praten of stemmen tegen alle voorstellen van de andere aandeelhouders. De algemene vergadering kan geen besluiten meer nemen doordat deze telkens worden tegengehouden door een deel van de aandeelhouders. Doordat er geen besluitvorming mogelijk is, bestaat het risico dat de onderneming niet meer verder kan. Vanwege het gevaar voor de onderneming neemt de Ondernemingskamer meestal aan dat er bij een impasse een goede grond is om te twijfelen aan de juiste gang van zaken binnen de onderneming.

6.   Beconcurreren van de rechtspersoon door bestuurders of aandeelhouders

Het aandoen van concurrentie aan de vennootschap door een van haar bestuurders of aandeelhouders kan voor de Ondernemingskamer een gegronde reden opleveren om te twijfelen aan een juist beleid of juiste gang van zaken. Het is immers niet de bedoeling dat een bestuurder of aandeelhouder zelf via een andere rechtspersoon met de onderneming gaat concurreren.

7.   Belangenverstrengeling

Bestuurders en commissarissen moeten zich bij hun werkzaamheden richten naar het lange termijn succes van de aan de rechtspersoon verbonden onderneming. Het kan echter zo zijn dat een bestuurder of commissaris een ander belang heeft dan de verbonden onderneming. Als hiervan sprake is, kan dit een grond opleveren om te twijfelen aan een juiste gang van zaken. Het is namelijk niet de bedoeling dat een bestuurder zich door een ander (persoonlijk) belang laat leiden tijdens zijn werkzaamheden.

Conclusie

De Ondernemingskamer zal een enquêteverzoek slechts toewijzen als sprake is van een gegronde reden om te twijfelen aan een juist beleid of een juiste gang van zaken. Van dergelijke omstandigheden is onder andere sprake bij een impasse in de algemene vergadering en of het onthouden van aandeelhouders van informatie. In een volgende blog bespreken wij de maatregelen die de Ondernemingskamer kan treffen.

Advocaat ondernemingsrecht en corporate litigation

Heeft u een conflict binnen een onderneming en wilt u weten wat uw opties zijn? Heeft u vragen over het enquêterecht of andere vormen van corporate litigation? Onze specialisten zijn u graag van dienst. Neem contact met ons op:

    Bovenstaande gegevens verwerken wij met uw toestemming, u kunt uw toestemming altijd weer intrekken. Lees ook onze privacyverklaring.

    Gerelateerde publicaties

    Charity law

    In an article in the April 2024 issue of Lady Justice, the magazine of the Women Lawyers Section of Primerus, Lisanne Meijerhof shares her passion and expertise in charity law. Why has she chosen to focus on the law of foundations and other philanthropic organizations? What legal issues should charities be aware of?

    Lees meer

    De rentmeestervennootschap: een nieuwe rechtsvorm waar aandeelhouders geen zeggenschap uitoefenen?

    De Tweede Kamer heeft de regering verzocht een nieuwe rechtsvorm uit te werken: de rentmeestervennootschap. Deze rechtsvorm moet maatschappelijk ondernemen stimuleren door de zeggenschap over de onderneming te verleggen van de aandeelhouders naar zogenaamde rentmeesters. Wat kenmerkt een rentmeestervennootschap?

    Lees meer

    Enquêterecht: wie kunnen een enquêteverzoek indienen?

    Wanneer binnen een onderneming de spanningen hoog oplopen en de onderneming in gevaar dreigt te komen, kan dit een reden zijn om bij de Ondernemingskamer een enquêteverzoek in te dienen. Wie hebben recht om dit te doen?

    Lees meer

    Statutair bestuurder: the good, the bad and the other leaver

    Bij vertrek van een statutair bestuurder/aandeelhouder moet ook een eventuele participatie in de onderneming worden afgewikkeld. Dan kan discussie ontstaan over de waarde van deze participatie, afhankelijk van de vraag of de bestuurder geldt als good leaver of bad leaver. Waar moeten bedrijven en bestuurders op letten bij de uitleg van een leaverregeling?

    Lees meer

    Enqueterecht: Wat is de enqueteprocedure?

    Binnen een onderneming ontstaan met regelmaat geschillen tussen aandeelhouders en/of bestuurders. Dit kan zorgen voor situaties die de vennootschap in gevaar brengen. Om zulke problemen op te lossen is in Nederland de enquêteprocedure in het leven geroepen. Wat houdt deze procedure in?

    Lees meer

    Turboliquidatie

    Turboliquidatie is een snelle manier om een rechtspersoon te beëindigen. Van de regeling werd echter ook misbruik gemaakt, waardoor schuldeisers werden benadeeld. Een nieuwe wet moet dit voorkomen. Aan welke eisen dient een turboliquidatie voortaan te voldoen? En welke mogelijkheden hebben schuldeisers om hun vorderingen te innen?

    Lees meer