Heeft de OR toestemming van de achterban nodig?

Nee, de OR heeft geen toestemming van de achterban nodig om bijvoorbeeld adviezen of instemming te geven. Wel is de OR in sommige gevallen verplicht om de achterban te informeren. Zo moet de OR de achterban in kennis stellen van de agenda van de vergaderingen van de OR. Ook moeten de notulen van die vergaderingen en het jaarverslag van de OR bekend worden gemaakt.

Natuurlijk is het wel verstandig om de achterban te betrekken. Een OR behartigt immers de belangen van de achterban. Hiertoe moet de bestuurder de OR ook in staat stellen. Let er wel goed op dat de OR verplicht is tot geheimhouding van zaken- en bedrijfsgeheimen. Ook kan de bestuurder de OR over bepaalde zaken een geheimhoudingsplicht op hebben gelegd. Niet alle informatie kan dus één op één worden doorgestuurd aan de achterban.

Deel op social media

Gerelateerde vragen

  • Kunnen er extra bevoegdheden aan de OR worden gegeven?

    Ja, dit kan. De bevoegdheden van de OR staan in principe beschreven in de Wet op de Ondernemingsraden (WOR). Het is echter mogelijk om daarnaast extra bevoegdheden aan de OR toe te kennen. Deze extra bevoegdheden moeten worden vastgelegd in een CAO of in een regeling van een overheidsorgaan. De bestuurder en de OR kunnen ook samen in een schriftelijke overeenkomst extra bevoegdheden voor de OR afspreken. Het is niet toegestaan om de wettelijke bevoegdheden van de OR in te perken.

  • Moet de OR de kosten voor inschakeling van een advocaat en procederen zelf dragen?

    De kosten van inschakeling van een advocaat en het voeren van een gerechtelijke procedure door de OR tegen de bestuurder kunnen ten laste van de bestuurder worden gebracht. De bestuurder moet voorafgaand wel van de kosten op de hoogte zijn gesteld. De bestuurder kan tegen de hoogte van de kosten bezwaar maken. Stem het daarom goed af. Let verder op of de OR gebonden is aan een jaarlijks budget voor inschakeling van deskundigen en/of het voeren van juridische procedures.

  • Wanneer en op welke informatie heeft de OR recht?

    Allereerst heeft de OR een passief informatierecht. Dit houdt in dat de ondernemer bepaalde informatie op eigen initiatief moet geven. Zo dient de bestuurder jaarlijks het jaarverslag aan de OR te verstrekken.

    Verder moet de bestuurder de OR van informatie voorzien bij het indienen een advies- of instemmingsaanvraag. Dit betreft in ieder geval:

    • de motieven voor het besluit;
    • de te verwachten gevolgen van het besluit voor het personeel;
    • de maatregelen die de bestuurder in verband met die gevolgen denkt te nemen.

    De OR mag de bestuurder zelf ook om informatie vragen die hij redelijkerwijze nodig heeft voor de vervulling van zijn taak. Dit wordt het actief informatierecht genoemd. Daarbij is de hoofdregel dat de OR, en niet de bestuurder, bepaalt welke informatie noodzakelijk is. De bestuurder kan zich niet verschuilen achter het argument dat de informatie vertrouwelijk is, want juist om die reden kan de bestuurder een geheimhoudingsplicht opleggen aan de OR.

    Geeft de bestuurder onvoldoende informatie en is hij ook niet bereid om meer informatie te geven? Dan kan de OR om die redenen een negatief advies uitbrengen. Hierdoor wordt de gang naar de Ondernemingskamer veiliggesteld en kan de OR in beroep gaan als de bestuurder in zijn besluit afwijkt van het advies van de OR.

  • Wanneer kan de OR in beroep gaan bij de Ondernemingskamer?

    De OR kan beroep instellen tegen een besluit van de bestuurder wanneer:

    • het advies van de OR door de bestuurder niet (geheel) is gevolgd;
    • de bestuurder geen advies heeft gevraagd aan de OR of de OR geen advies heeft kunnen uitbrengen (bijv. als de OR te weinig informatie is gegeven);
    • er na het advies van de OR feiten en omstandigheden bekend zijn geworden, die mogelijk tot een ander advies van de OR zouden hebben geleid.

    Voor het instellen van beroep is een advocaat nodig. Indien de Ondernemingskamer het beroep gegrond bevindt, kan de Ondernemingskamer de volgende maatregelen treffen:

    • Het opleggen van de verplichting aan de bestuurder om het besluit (geheel of gedeeltelijk) in te trekken;
    • Bepaalde gevolgen van het besluit ongedaan maken;
    • Het opleggen van een verbod aan de bestuurder om handelingen te (doen) verrichten ter uitvoering van (onderdelen van) het besluit.
  • Wat kan de OR doen als de bestuurder geen instemming heeft gevraagd?

    Op het moment dat de bestuurder een instemmingsplichtig besluit neemt zonder dat de OR heeft ingestemd, dan kan de OR schriftelijk de nietigheid van het besluit inroepen. Dit betekent dat het besluit niet geldig is. Hiervoor heeft de OR een maand de tijd. Deze termijn gaat lopen vanaf het moment dat de bestuurder aan de OR heeft meegedeeld dat het besluit is genomen. Heeft de bestuurder dit niet meegedeeld? Dan gaat de termijn lopen vanaf het moment dat de OR is gebleken dat de bestuurder het besluit is gaan uitvoeren.

    Vervolgens kan de OR een procedure starten bij de kantonrechter om de bestuurder te verbieden om het besluit (verder) uit te voeren.

  • Wat kan de OR doen als de bestuurder het advies niet volgt?

    Op het moment dat de bestuurder een besluit neemt dat niet (geheel) in overeenstemming is met het advies van de OR, moet de bestuurder de OR hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk in kennis stellen. Ook moet de bestuurder uitleggen waarom van het advies is afgeweken. Daarbij moet de bestuurder ingaan op de specifieke bezwaren in het advies van de OR. Is de bestuurder afgeweken van het advies om redenen die de OR niet bekend waren? Dan moet de OR opnieuw worden gevraagd te adviseren over de uitvoering van het besluit. In de tussentijd moet de bestuurder een maand lang wachten met het uitvoeren van het genomen besluit.

    Geeft de bestuurder deze uitleg niet? Of wordt het besluit al uitgevoerd? Dan kan de OR in beroep gaan bij de Ondernemingskamer in Amsterdam. Hiervoor is vertegenwoordiging door een advocaat nodig. De Ondernemingskamer beoordeelt of het besluit ‘kennelijk onredelijk’ is. Is de Ondernemingskamer van mening dat dit het geval is, dan kan zij de bestuurder verbieden om het besluit uit te voeren. Daarnaast kan de Ondernemingskamer de bestuurder verplichten om het besluit geheel of voor een deel in te trekken en de gevolgen van het besluit ongedaan te maken. Verder kan de OR de Ondernemingskamer bij indiening van het verzoekschrift vragen om voorlopige voorzieningen te treffen. In dat geval legt de Ondernemingskamer één of meer van de bovenstaande maatregelen op voor de duur van de procedure. Hierdoor kan de OR snel ingrijpen.

  • Wanneer heeft de OR adviesrecht?

    De OR moet bij bepaalde besluiten om advies worden gevraagd. De OR kan daardoor het beleid van de bestuurder actief toetsen, proberen te beïnvloeden en de belangen van de werknemers behartigen. De adviesplicht geldt bij voorgenomen besluiten over:

    • overdracht van (een deel van) de onderneming;
    • het overnemen van een andere onderneming, afstoten van zeggenschap daarover of een duurzame samenwerking met een ander bedrijf;
    • inkrimping, uitbreiding of beëindiging van (een belangrijk deel van) de werkzaamheden;
    • belangrijke wijziging in de organisatie van de onderneming of de verdeling van bevoegdheden binnen de onderneming;
    • wijziging in locatie;
    • het groepsgewijs werven of inlenen van werknemers;
    • het doen van belangrijke investeringen voor de onderneming;
    • het aantrekken of verstrekken van een belangrijk krediet;
    • invoering of wijziging van een belangrijke technologische voorziening of maatregel voor het milieu;
    • invoering van een regeling over het zelf dragen van risico voor de loondoorbetaling van werknemers die onder de WIA vallen;
    • benoeming of ontslag van een bestuurder.

    Het advies moet op tijd worden gevraagd en de ondernemer moet voldoende informatie geven, zodat het advies daadwerkelijk van invloed kan zijn op het te nemen besluit. De OR krijgt vervolgens een redelijke termijn van de bestuurder voor het uitbrengen van het advies. De OR moet minimaal één keer vergaderen voordat er advies kan worden gegeven.