Februari 2010 NIEUWSFLITS: Nieuwe wetten, nieuw beleid en nieuwe tarieven in 2010

Download nieuwsflits (pdf)

Per 1 januari verandert er altijd veel in de wetgeving. Het jaar 2010 is geen uitzondering op deze regel. Hieronder staan voor de rechtsgebieden arbeidsrecht, ondernemingsrecht, bestuursrecht en personen- en familierecht de belangrijkste wijzigingen. Ook wordt kort alvast een aantal geplande wijzigingen in de wetgeving behandeld.

Arbeidsrecht

Deeltijd WW
De deeltijd-WW is verlengd tot 1 april 2010. Bedrijven die nog van deze regeling gebruik willen maken dienen dit voor vóór 1 april a.s. aan te vragen. De deeltijd-WW dient voor een periode van tenminste 26 weken aangevraagd te worden en heeft een omvang van ten minste 20 procent en ten hoogste 50 procent van de werktijd van de werknemer. De deeltijd-WW kan verlengd worden tot een periode van maximaal 15 maanden. Voor de regeling is € 950 miljoen beschikbaar gesteld. Deze maatregelen hebben tot doel de inzetbaarheid van werknemers te vergroten. Een concreet voorbeeld van een dergelijke maatregel is de omscholingsbonus.

Nieuw beleid werkgeversbegrip bij tijdelijke grensoverschrijdende tewerkstelling
Op 21 januari 2010 is een nieuw beleidsbesluit uitgebracht over het werkgeversbegrip bij tijdelijke grensoverschrijdende tewerkstelling van werknemers. Het besluit is van toepassing op tijdelijke uitzending binnen en buiten concernverband naar of vanuit Nederland. Het geldt overigens alleen voor de belastingheffing in situaties waarop belastingverdragen die het OESO-Modelverdrag volgen van toepassing zijn.
 
In principe wordt in verdragssituaties het inkomen belast in het land waar gewerkt wordt. Deze regel geldt niet wanneer de werknemer 183 dagen of minder per kalenderjaar werkt in een ander land dan waar hij woont en zijn werkgever ook in een ander land dan de werkstaat woont. In dat geval wordt het inkomen belast in de woonstaat van de werknemer. Tot 21 januari gold dat de werkgever degene was met wie de werknemer een arbeidscontract had gesloten, het “formele” criterium. Bijvoorbeeld uitzendkrachten vielen in deze situatie onder het uitzendbureau waarmee zij hun overeenkomst hadden gesloten. Volgens het nieuwe beleidsbesluit is iemand werkgever indien hij (1) gezagsbevoegd is ten opzichte van de werknemer; (2) verantwoordelijk is voor de beloning van de werkzaamheden en ook de voordelen, nadelen en risico’s daarvan draagt. In de praktijk is het vaak lastig om vast te stellen wie als werkgever voor toepassing van 183-regeling kan worden aangewezen. Het besluit bevat daarom enkele voorbeelden aan de hand waarvan beoordeeld kan worden of sprake is van werkgeverschap. Uitzendkrachten vallen nu doorgaans onder het bedrijf waar zij hun werkzaamheden verrichten.

Verhoging wettelijk minimumloon
Per 1 januari 2010 bedraagt het wettelijk minimumloon € 1407,60 per maand.

Oudere werknemer
Werkgevers betalen vanaf 1 januari 2010 minder premie als zij een werknemer van 50 jaar of ouder in dienst nemen die eerder een uitkering ontving op grond van de Algemene Nabestaandenwet. De premiekorting is € 6500 per jaar.

Werknemers jonger dan 23 jaar
De werkgeverslasten voor banen van jongeren tot 23 jaar dalen in 2010. Het betreft hier de zogenaamde ‘kleine banen’. Dit zijn banen met een loon dat minder dan 50 procent bedraagt van het voor de betrokken jongere geldende wettelijk minimumloon. De werkgevers betalen geen premies voor werknemersverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdragen voor zorgtaken. De verwachting is dat deze maatregelen de werkgever een besparing opleveren van circa 15 procent van de loonkosten.

Loondispensatie werkgevers
In 2010 wordt gestart met proefprojecten om de kansen van mensen met een arbeidshandicap te vergroten op een baan bij een normale werkgever. Werkgevers die werkplekken hebben voor mensen met een arbeidshandicap kunnen een beroep doen op loondispensatie. De werkgever betaalt dan alleen voor geleverde diensten. Naast het loon ontvangt de werknemer een aanvullende uitkering van de gemeente.

Onderbetaling uitzendkrachten
Uitzendkrachten krijgen meer mogelijkheden om onderbetaling ongedaan te maken. Zij kunnen, wanneer zij zijn ingehuurd door niet-gecertificeerde uitzendbureaus, de bedrijven voor wie zij werken aansprakelijk stellen voor het betalen van het wettelijk minimumloon en vakantiegeld. Bij gecertificeerde uitzendbureaus is dit niet mogelijk.

Verwachte wetgeving

Werknemers tot 27 jaar
Wetsvoorstel biedt werkgever de mogelijkheid om vaker en langer opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd aan te gaan.

Spreekrecht ondernemingsraden
Op 8 december heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel Spreekrecht Ondernemingsraden aangenomen en dit is thans in behandeling bij de Eerste Kamer. In dit wetsvoorstel wordt ondernemingsraden een spreekrecht tijdens aandeelhoudersvergaderingen toegekend, waarmee zij hun standpunt over benoeming, ontslag en beloning van bestuurders en commissarissen kenbaar kunnen maken. Zie hierover meer in onze nieuwsflits Spreekrecht Ondernemingsraad in de AVA.

Ondernemingsrecht

Modernisering ondernemingsrecht
De Tweede Kamer heeft op 8, 10 en 15 december 2009 zes belangrijke wetsvoorstellen op het terrein van het ondernemingsrecht aangenomen. De wetsvoorstellen betreffen onder meer de invoering van de flex-bv, een nieuwe regeling voor de personenvennootschap en de herstructuring van het bestuur en toezicht van de vennootschappen. De verwachting is dat deze op 1 juli 2010 in werking zullen treden. Wij zullen u in een volgende nieuwsbrief, wanneer er meer zekerheid is over de definitieve inhoud van de wetten en de ingangsdatum, hierover nader informeren.

Bedrijfsopvolging en de nieuwe Successiewet
De vrijstelling voor ondernemingsvermogen was 75 procent. Verkrijgingen van ondernemingen met een waarde tot € 1 miljoen zijn voortaan voor 100 procent vrijgesteld. Voor ondernemingen met een waarde van meer dan € 1 miljoen geldt voor het meerdere verkregene een vrijstelling van 83 procent. Voor de belasting die dan mogelijk nog verschuldigd is, kan 10 jaar uitstel van betaling worden verkregen.
De verwachting is dat de nieuwe wet minder gunstig zal zijn voor eigenaren met een belang van minder dan 5 procent. Zie hierover meer in onze nieuwsflits Update successiewet 2010.

KIA en MKB-winstvrijstelling
De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) is tot 28 procent verruimd. De MKB-vrijstelling is verhoogd van 10,5 procent naar 12 procent.

Innovatiebox
De Octrooibox is vervangen door de Innovatiebox. Hiervan kunnen ook speur- en ontwikkelingsprojecten profiteren.

Afschrijven
Ondernemers kunnen er in 2010 voor kiezen om verliezen uit 2009 en 2010 drie jaar terug te wentelen. Ook in 2010 kunnen afschrijvingen naar voren worden gehaald.

Versterking draagvlak bedrijfsschappen
Ondernemers krijgen periodiek de mogelijkheid om zich uit te spreken over het product- of bedrijfschap waaronder zij vallen. Zij kunnen daarbij ook het voortbestaan van het schap aan de orde stellen.

Verwachte wetgeving

Crisis- en Herstelwet
Dit wetsvoorstel moet resulteren in een versnelling van projecten in het ruimtelijke domein, een bijdrage leveren aan beperking van de gevolgen van de economische crisis en een duurzaam herstel bevorderen van de Nederlandse economische structuur.

Het voorstel bevat tijdelijke en permanente maatregelen. In Hoofdstuk 1 staan tijdelijke maatregelen voor projecten met betrekking tot duurzame energie, infrastructuur, stedelijke ontwikkeling en kustverdediging, en voor 20 categorieën van ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Hoofdstuk 2 bevat bijzondere voorzieningen, zoals de mogelijkheid om bij wijze van experiment milieuontwikkelingsgebieden aan te wijzen, waar tijdelijk van milieuwetgeving kan worden afgeweken, de mogelijkheid om bij wijze van experiment ten behoeve van innovatieve ontwikkelingen af te wijken van wetgeving op het gebied van wonen, milieu en ruimtelijke ordening en een verruiming van de mogelijkheden voor complexe renovatie van huurwoningen. Voor de hoofdstukken 1 en 2 geldt dat de maatregelen in beginsel vervallen op 1 januari 2014. Hoofdstuk 3 bevat wetswijzigingen die gelden voor alle projecten. Deze behouden hun werking ook na 1 januari 2014.

Een in het oog springende blijvende maatregel is de voorgenomen wijziging van de Onteigeningswet, waardoor onteigening mogelijk wordt voordat het planologische besluit onherroepelijk is.

Het wetsvoorstel zou in werking treden op 1 januari 2010. De Eerste Kamer heeft recent de behandeling van de Crisis- en Herstelwet echter met enkele weken uitgesteld. Met name op de wijziging van de Onteigeningswet is veel kritiek gekomen. De wet zal op 16 maart door de Eerste Kamer behandeld worden.

Bestuursrecht

Herstel gebrekkig besluit bestuursorgaan
Op 1 januari 2010 is de Algemene wet bestuursrecht aangevuld met een regeling die de bestuursrechter de mogelijkheid geeft om bestuursorganen, zoals een gemeente, tijdens een beroepsprocedure de kans te geven een gebrekkig besluit te herstellen. In de wandelgangen wordt deze regeling ook wel ‘de bestuurlijke lus’ genoemd. De bedoeling is om onnodige kosten en vertragingen te voorkomen die ontstaan door het opnieuw moeten doorlopen van uitgebreide besluitvormingsprocedures. Tot nu toe was het alleen mogelijk om gebrekkige besluiten te vernietigen en de procedure te herstarten.
 
Wanneer de bestuursrechter in een tussenuitspraak aangeeft dat het besluit dient te worden hersteld, is het aan het bestuursorgaan om aan de bestuursrechter te laten weten of het gebruik maakt van de geboden herstelmogelijkheid. Er rust dus geen verplichting op het bestuursorgaan om het besluit te herstellen. Maar het niet herstellen van het gebrek zal meestal leiden tot vernietiging van het besluit, waardoor alsnog een nieuw besluit moet worden genomen. Wanneer het gebrek door het bestuursorgaan is hersteld, hebben de partijen de mogelijkheid om binnen vier weken hun zienswijze naar voren te brengen.

Personen- en familierecht

Schenken en erven
Per 1 januari 2010 is de Successiewet gewijzigd. De belangrijkste gevolgen van de wijziging zijn dat de tarieven zijn verlaagd, de vrijstellingen voor partners en kinderen groter zijn geworden en het erven van een onderneming fiscaal gunstiger is geworden.

Er zijn nog maar twee tariefschijven, te weten voor een verkrijging tot € 118.000,- (10%) en voor een verkrijging van € 118.000 en hoger (20%). Daarnaast zijn er nog maar twee tariefgroepen: partners & kinderen en alle andere verkrijgers. Kleinkinderen vormen een subgroep.

De wijziging van de Successiewet heeft ook gevolgen voor het partnerbegrip. Vanaf 1 januari 2010 worden als partners beschouwd:

  • gehuwden en geregistreerde partners;
  • ongehuwd samenwonenden, wanneer
    o  zij beiden meerderjarig zijn;
    o  zij een gezamenlijke huishouding voeren volgens de basisadministratie persoonsgegevens;
    o  er een wederzijdse zorgverplichting is, die vastligt in een notariële akte;
    o  zij geen bloedverwant van elkaar zijn in de rechte lijn;
    o  er geen sprake is van een meerrelatie, waarbij meer dan twee personen samenwonen.

Personen die 5 jaar samenwonen, hoeven de wederzijdse zorgverplichting niet notarieel vast te leggen. De voorwaarde van geen bloedverwantschap in rechte lijn wordt niet gesteld als een van beiden mantelzorger is. Zie hierover meer in onze nieuwsflits Update successiewet 2010.

Verwachte wetgeving

Modernisering huwelijksvermogensrecht
Bij de Eerste Kamer is een wetsvoorstel in behandeling dat belangrijke wijzigingen in het huwelijksvermogensrecht tot gevolg zal hebben. Het voorstel heeft gevolgen voor zowel de algehele gemeenschap van goederen als huwelijkse voorwaarden. De meest ingrijpende wijziging betreft een beperktere gemeenschap van goederen.

Met de modernisering van het huwelijksvermogensrecht wordt aansluiting gezocht bij maatschappelijke ontwikkelingen, zoals emancipatie, arbeidsparticipatie van vrouwen en de toename van het aantal echtscheidingen. De verwachting is dat dit voorstel in de loop van 2010 in werking zal treden.

Overige wetgeving

Laag btw-tarief
Het lage btw-tarief geldt in 2010 ook voor schilderen, stukadoren van woningen ouder dan twee jaar, schoonmaakwerk in huis, isolatiewerkzaamheden, digitale educatieve informatie, tuktuks, motor- en fietstaxi’s.

Wetswijzigingen BTW in de EU

  • De nieuwe hoofdregel is dat de afdracht dient plaats te vinden in het bestemmingsland. Dit heeft tot gevolg dat de plicht tot afdracht van BTW is verlegd van de dienstverlener naar de afnemer, mits beiden BTW-plichtig zijn.
  • Het moment van melding en afdracht is gewijzigd. Dat is het moment van leveren geworden. De leverancier en de afnemer dienen hetzelfde tijdstip te hanteren. De melding dient plaats te vinden bij de BTW-aangifte per maand of per kwartaal.
  • Facturering vindt plaats vanuit de vaste inrichting van de onderneming. Een vaste inrichting is een bedrijfsruimte in Nederland die over voldoende faciliteiten beschikt om als een zelfstandige onderneming te kunnen functioneren. Vanuit die inrichting worden leveringen en/of diensten aan derden verricht. Een voorbeeld van een vaste inrichting is een winkel of een andere vaste verkoopgelegenheid.
  • Op de factuur aan een buitenlandse EU-cliënt wordt geen BTW-aanduiding vermeld. Wel dienen de aanduiding ‘BTW-verlegd/VAT-shifted’ en het artikel uit de BTW-richtlijn of nationale BTW-wet te worden vermeld.
  • Wanneer er wordt geleverd aan een niet BTW-plichtige in het buitenland, bijvoorbeeld een consument, dan dient de BTW in rekening te worden gebracht op de factuur.
  • Buitenlandse BTW die betaald is aan in andere EU-lidstaten gevestigde ondernemers kan digitaal worden teruggevorderd.

Verlaging wettelijke rente
Per 1 januari 2010 is de wettelijke rente voor niet-handelstransacties verlaagd van 4 naar 3 procent. Wettelijke rente is verschuldigd als vergoeding voor vertragingsschade bij een verbintenis tot betaling van een geldsom.

Nadere informatie
Indien u vragen heeft over de nieuwe wetgeving of wanneer u meer wilt weten over de gevolgen hiervan voor u, kunt u contact opnemen met mr. drs.  R.W.L. Russell (reinier.russell@russell.nl).