
Download artikel (PDF)
Financieel Dagblad 17 december 2009
Nog steeds stijgt het aantal huwelijken met huwelijksvoorwaarden. Met de uitkleding van het wetsvoorstel tot aanpassing van de wettelijke gemeenschap van goederen, zal dat naar verwachting ook niet veranderen. Doel van die huwelijksvoorwaarden is veelal om door vermogensscheiding (koude uitsluiting) het familievermogen te beschermen in geval van echtscheiding, of het privévermogen te beschermen tegen mogelijke schuldeisers in geval van faillissement. Die beoogde bescherming bestaat in de praktijk vaak niet. Dat komt door veranderend recht of door een onjuiste of onvolledige administratie. De rechterlijke macht warmt de koude uitsluiting tegenwoordig namelijk steeds verder op en wie dat niet wenst, moet actief maatregelen treffen. In 2004 bepaalde de Hoge Raad dat in zeer uitzonderlijke gevallen de overeengekomen voorwaarden geen toepassing vinden als dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Deze opening vult de lagere rechtspraak nu steeds ruimer in, wat tot rechtsonzekerheid leidt. Zo bepaalde de rechtbank in Leeuwarden dat twee echtgenoten die onbetwist onder koude uitsluiting waren gehuwd, toch moesten afrekenen alsof zij in algehele gemeenschap van goederen waren getrouwd. Daarbij speelde de bedoeling van partijen bij het opstellen van de huwelijksvoorwaarden een rol, net als de handelswijze van partijen tijdens het huwelijk.
De wijze waarop de financiële huishoudingen worden gevoerd en geadministreerd, is daarbij van groot belang. Het niet goed vastleggen van de bedoeling van de huwelijksvoorwaarden en het niet strikt leven volgens die voorwaarden, kunnen tot gevolg hebben dat de notarieel overeengekomen voorwaarden niet gelden.
Ook bij faillissement kan niet steeds op de overeengekomen huwelijksvoorwaarden worden vertrouwd. De Faillissementswet heeft namelijk als uitgangspunt dat alle aanwezige goederen in de failliete boedel vallen. Goederen die bij het huwelijk zijn aangebracht en op een aan de huwelijksvoorwaarden gehechte lijst van aanbrengsten zijn vermeld, kunnen door de niet-failliete echtgenoot worden teruggenomen en blijven dan buiten de boedel.
Wanneer goederen tijdens het huwelijk zijn gekocht is het aan partijen om te bewijzen dat een goed niet tot de failliete boedel behoort. Alleen bewijs dat het goed op naam van de niet-failliete echtgenoot staat en volgens de huwelijksvoorwaarden tot het privébezit van die andere echtgenoot behoort, is onvoldoende.
Daarnaast moet namelijk bewezen worden dat het goed uit eigen middelen van de niet-failliete echtgenoot is gefinancierd. Dat laatste is niet steeds eenvoudig aan te tonen. Dat is zeker moeilijk als het goed (gedeeltelijk) met vreemd geld is gefinancierd, zoals blijkt uit de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 19 augustus 2009. Wanneer de echtgenoten daarin niet slagen heeft dat als gevolg dat het goed toch in de failliete boedel valt.
Kortom, huwelijksvoorwaarden kunnen onder omstandigheden onbedoeld worden doorkruist terwijl dit met een goede administratie en een regelmatige check-up van de huwelijksvoorwaarden aan het veranderende recht, kan worden voorkomen.
Agnes A.C. Spoormans en Paul W.L. Russell zijn verbonden aan Russell Advocaten in Amsterdam.