Download nieuwsflits (PDF)
Om misbruik van het recht van enquête voor ondernemingen te voorkomen heeft Minister Hirsch Ballin een wetsvoorstel ingediend. Hierin krijgt ook het bestuur van de rechtspersoon zelfstandig recht op enquête, terwijl kleine ‘activistische’ aandeelhouders van grote ondernemingen minder kans krijgen om van het enquêtemiddel gebruik te maken.
Het enquêterecht wordt vaak door aandeelhouders gebruikt als drukmiddel in conflicten binnen ondernemingen. Veel ondernemers hebben weinig zin in deze procedure, waarbij het ondernemingsbeleid tegen het licht wordt gehouden door de Ondernemingskamer van het Gerechtshof te Amsterdam.
De enquêteprocedure wordt ook wel ingezet op grond van overwegingen die buiten het belang van de onderneming liggen, bijvoorbeeld om de waarde van de aandelen te beïnvloeden. Daarnaast is er sprake van een onbalans in het gebruik van dit middel omdat bestuurders van een rechtspersoon geen toegang hebben tot dit instrument. Dit heeft geleid tot een wetsvoorstel van de Minister van Justitie om het enquêterecht op deze onderdelen aan te passen.
Enquêteverzoek door bestuurders
In het wetsvoorstel krijgt het bestuur van een vennootschap de bevoegdheid om een enquêteverzoek in te dienen en op deze manier het beleid en de gang van zaken van de onderneming door de rechter te laten toetsen. Ook het bestuur zelf kan namelijk belang hebben bij een onderzoek naar het reilen en zeilen van de onderneming, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een patstelling tussen het bestuur en de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
Meer aandelenkapitaal nodig voor enquêteverzoek grote onderneming
Het enquêtemiddel werd geregeld ingezet door kleine “activistische aandeelhouders” van grote ondernemingen, om zo druk op de onderneming uit te oefenen ten bate van hun eigen beleggingsstrategie. Volgens de Minister is het middel niet daarvoor bedoeld. Om deze reden zijn er hogere eisen gesteld aan degene die een enquêteverzoek wil indienen bij de Ondernemingskamer. Dit geldt alleen voor ondernemingen met een geplaatst kapitaal van € 22.500.000 of meer, of een aandeelhoudersbelang met een beurswaarde van ten minste € 20.000.000.
Momenteel moeten aandeelhouders en certificaathouders 10 % van het geplaatste kapitaal van de vennootschap vertegenwoordigen willen zij een enquêteverzoek kunnen indienen (artikel 2:346 BW). Deze bevoegdheid geldt ook als de aandeelhouders en certificaathouders een nominale waarde van hun aandelen of certificaten houden van ten minste € 225.000 dan wel zoveel minder als de statuten bepalen.
In het wetsvoorstel is bij concerns met een geplaatst kapitaal van minimaal € 22.500.000 de grens opgenomen dat de aandeelhouders en certificaathouders minimaal 1% van het kapitaal dienen te vertegenwoordigen om toegang tot de Ondernemingskamer te krijgen. Dit is tevens het geval bij een aandeelhoudersbelang met een beurswaarde van ten minste € 20.000.000. De vaste grens wordt dus afgeschaft en vervangen door een percentage, waardoor het absolute bedrag hoger zal zijn € 225.000.
De voorgestelde grenzen sluiten aan bij het SER-advies Evenwichtig ondernemingsbestuur en bij het uitgangspunt dat aandeelhouders een voldoende substantieel belang moeten vertegenwoordigen, willen zij in beroep mogen gaan bij de rechter.
Voor de vennootschappen die onder de voornoemde grenzen zitten, blijft de geldende regelgeving met betrekking tot het enquêterecht van kracht.
Meer informatie
Wilt u meer weten over de gevolgen van dit wetsvoorstel voor uw onderneming of bent u als bestuurder of aandeelhouder betrokken bij een vennootschap, dan adviseert onze sectie ondernemingsrecht u graag.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr. Jan Dop (jan.dop@russell.nl).