September 2009: NIEUWSFLITS - Van rechten naar rockacademie, wie zal dat betalen

Download nieuwsflits (PDF)


Kosten levensonderhoud en studie
Ouders zijn niet alleen verplicht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen, maar ook in de kosten voor levensonderhoud en studie van jongmeerderjarige kinderen van 18 tot 21 jaar. In de wet wordt namelijk verondersteld dat kinderen tot hun 21e behoefte hebben aan een bijdrage voor levensonderhoud en studie van hun ouders.

Over het algemeen is het voor ouders vanzelfsprekend om de kosten voor levensonderhoud en studie van hun jongmeerderjarige kinderen te voldoen. Soms kan er evenwel frictie ontstaan indien de jongmeerderjarige een “verkeerde” studiekeuze maakt of besluit om te gaan werken of reizen. Ouders zijn dan totdat de jongmeerderjarige de leeftijd van 21 jaar bereikt toch verplicht bij te (blijven) dragen in de kosten van levensonderhoud en studie. Deze verplichting staat in beginsel los van de keuzes die het kind maakt. De bijdrageverplichting bestaat dus wanneer het kind studeert, maar ook als het niet studeert en werkt of (even) niets doet. Slechts in zeer uitzonderlijke omstandigheden geldt deze verplichting voor ouders niet. De verplichting om bij te dragen betreft overigens alleen de ‘normale’ kosten van levensonderhoud. Extra kosten die samenhangen met de keuze van het kind- zoals bijvoorbeeld vliegtickets voor het maken van een wereldreis- vallen hier in beginsel niet onder.

Nu hebben jongmeerderjarigen vaak ook een eigen inkomen; ofwel doordat zij een bijbaan hebben naast hun studie, dan wel doordat zij anderszins participeren aan de arbeidsmarkt. In beginsel verdwijnt hiermee niet de verplichting voor ouders om bij te dragen in de kosten voor levensonderhoud en studie. Een eigen inkomen van het kind kan echter wel van belang zijn voor de omvang van de behoefte en daarmee invloed hebben op de hoogte van de ouderlijke bijdrage.

Procesbevoegdheid
Indien ouders en kind het niet eens kunnen worden over de (hoogte van de) bijdrage in de kosten voor levensonderhoud en studie kan de jongmeerderjarige een procedure aanhangig maken bij de rechtbank om de (hoogte van de) bijdrage door de rechter te laten vaststellen. In beginsel is slechts de jongmeerderjarige bevoegd om deze procedure te voeren. Het kan echter voorkomen dat een van de ouders een procedure wil starten tegen de andere ouder namens de jongmeerderjarige, indien die andere ouder weigerachtig blijft om zijn of haar bijdrage te leveren. De jongmeerderjarige kan dan, wanneer het niet zelf wenst te procederen, door middel van een volmacht deze procesbevoegdheid overdragen aan bijvoorbeeld de andere ouder, die dan de procedure namens het kind mag voeren.

Meer informatie
Wanneer u vragen heeft over de ouderlijke bijdrage voor jongmeerderjarigen en kinderen of andere vragen heeft op het terrein van personen- en familierecht kunt u contact opnemen met mr. Agnes A.C. Spoormans (agnes.spoormans@russell.nl).