Mei 2009: NIEUWSFLITS - Bedrijfsuitje: feest of financieel fiasco?

Download nieuwsflits (PDF)

Een werkgever is aansprakelijk voor letselschade van de werknemer wanneer deze in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt en de werkgever niet kan aantonen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan (artikel 7:658 BW). De werkgeversaansprakelijkheid gaat echter verder. In onze vorige nieuwsbrief meldden wij al dat de werkgever onder bijzondere omstandigheden aansprakelijk kan worden gesteld voor schade ontstaan tijdens woon-werkverkeer. In aansluiting hierbij heeft de Hoge Raad in een arrest van 17 april 2009 uitgesproken dat de werkgever ook aansprakelijk kan zijn voor schade als gevolg van bedrijfsuitjes.

Dansen op rollerskates
Wat was de aanleiding tot deze uitspraak van de Hoge Raad? De werkgever uit het arrest organiseerde één keer per kwartaal op vrijdagmiddag na werktijd een ontspanningsactiviteit voor zijn personeel. De keuze was gevallen op een workshop dansen op rollerskates en als locatie was gekozen voor de marmeren hal van het kantoor. Een werkneemster kwam die middag speciaal naar kantoor voor de activiteit, ook al was zij op vrijdag vrij. Zij kreeg bij binnenkomst een paar rolschaatsen. Hoewel de les op dat moment nog niet was begonnen, waren er al een paar werknemers aan het rolschaatsen. De werkneemster reed een
paar meter, viel en brak haar pols. Uiteindelijk leidde de val tot arbeidsongeschiktheid wegens posttraumatische dystrofie.

Nauwe band tussen de uitoefening van de werkzaamheden en bedrijfsuitje
De Hoge Raad oordeelt, dat de werkgever niet aansprakelijk is op grond van artikel 7:658 BW. Hoewel zij de zinsnede “in de uitoefening van de werkzaamheden” ruim opvat, kan de skateworkshop moeilijk als “uitoefening van de werkzaamheden” worden beschouwd.

Schending zorg- en preventieplicht van artikel 7:611 BW
Desondanks is volgens de Hoge Raad de werkgever aansprakelijk voor de schade, veroorzaakt door dit bedrijfsuitje. De workshop was aan het werk gerelateerd én er was sprake van een activiteit waarvan de specifieke risico’s vooraf bekend waren. De werkgever had daarom voldoende veiligheidsmaatregelen moeten (laten) nemen en had óf moeten zorgen dat zijn werknemers voldoende verzekerd waren óf hen vooraf moeten mededelen dat zij zich dienden te verzekeren. Aangezien de werkgever dit alles had nagelaten, was hij aansprakelijk voor de schade.

De Hoge Raad baseert haar oordeel op artikel 7:611 BW waarin staat dat werkgever zich als een goed werkgever heeft te gedragen. Wanneer hij een activiteit voor zijn personeel organiseert of laat organiseren, waaraan een bijzonder risico op schade voor de deelnemende werknemers is verbonden, dan moet de werkgever aan zijn zorg- en preventieplicht voldoen om aansprakelijkheid bij ongevallen te voorkomen. Met deze uitspraak zet de Hoge Raad de lijn voort om de werkgeversaansprakelijkheid uit te breiden op basis van goed werkgeverschap. Het is niet duidelijk hoever de aansprakelijkheid zich uiteindelijk zal uitstrekken.

Meer informatie
Wilt u meer informatie over werkgeversaansprakelijkheid? Wij helpen u graag om te inventariseren waar de risico’s in uw onderneming liggen en willen u adviseren over de verschillende mogelijkheden om uw aansprakelijkheid te beperken.

Contactpersoon: mr. Stephanie E.M. Dekker (info@russell.nl).