Nieuwe wet over huwelijk is een gemiste kans
Artikel Het Financieele Dagblad - 28 april 2011 - mr. Agnes A.C. Spoormans

Download artikel (PDF)

Eerder deze maand heeft de Eerste Kamer de Wet aanpassing wettelijke gemeenschap van goederen aangenomen. Hiermee is na vele jaren eindelijk de eerste horde genomen in de hervorming van het huwelijksvermogensrecht. De wet gaat voor velen echter niet ver genoeg en bovendien is meteen al een reparatiewet nodig. Welke gevolgen heeft deze wet en wat dient er nog geregeld te worden?

Het oorspronkelijke wetsvoorstel zoals ingediend in 2003 hield een forse beperking van de wettelijke gemeenschap in: de algehele gemeenschap van goederen werd ingeruild voor een beperkte gemeenschap, waar de aanbrengsten ten tijde van het sluiten van het huwelijk en erfrechtelijke verkrijgingen en schenkingen géén deel van zouden uitmaken. Deze bestanddelen bleven privévermogen van de afzonderlijke echtgenoten.

Met het amendement-Anker haalde de Tweede Kamer de kern uit het voorstel: de omvang van de wettelijke gemeenschap blijft zoals deze was, inclusief de erfrechtelijke verkrijgingen en schenkingen. De roep om de uitgangspunten van het huwelijksvermogensrecht ingrijpend te wijzigen blijft echter bestaan, zo bleek recentelijk in de Tweede Kamer.

Het wetsvoorstel dat aan de Eerste Kamer werd voorgelegd, had alleen nog betrekking op kleinere huwelijksvermogensrechtelijke punten, zoals invoering van de beleggingsleer in plaats van de nominaliteitsleer, wijziging van de bestuursregeling zodat beide echtgenoten voortaan bestuursbevoegd zijn over alle gemeenschapsgoederen, vervroeging van het tijdstip van ontbinding van de gemeenschap naar de datum van indiening echtscheidingsverzoek en het vervallen van het vereiste van rechterlijke goedkeuring voor het aangaan of wijzigen van huwelijksvoorwaarden tijdens het huwelijk. De laatste twee wijzigingen zijn zowel in de politiek als in de rechtspraktijk positief ontvangen. Voor de bestuursregeling en de beleggingsleer geldt dat niet.

De nieuwe bestuursregeling is met het amendement-Anker een probleem geworden. Hierdoor vallen erfverkrijgingen weer in de gemeenschap, wat tot de onbedoelde situatie leidt dat over deze erfverkrijgingen ook de aangetrouwde echtgenoot voortaan zelfstandig beschikkingsbevoegd is. De staatssecretaris heeft dit probleem bij de behandeling ook erkend, maar heeft aangegeven dat dit op korte termijn in een reparatiewet opgelost zal worden, tezamen met diverse technische onvolkomenheden. Dat dit niet in één keer is opgelost is een gemiste kans.

Ook de beleggingsleer is omstreden. Deze stelt dat bij een investering van de ene echtgenoot in het vermogen van de andere echtgenoot voortaan niet meer alleen de nominale waarde van die investering vergoed moet worden, maar ook de met die investering verkregen meerwaarde. Zoals in de Eerste Kamer uitgebreid aan bod is gekomen met vele rekenvoorbeelden, kan deze leer op vele situaties niet concreet worden toegepast. De invoering hiervan zal dan ook tot ingewikkelde rechtszaken leiden, met onzekere uitkomsten.

De verwachting is dat veelvuldig teruggegrepen zal worden op lid 5 van het nieuwe artikel 1:87 van het Burgerlijk Wetboek, waarin bepaald is dat als er géén oplossing kan worden gevonden op basis van de beleggingsleer, de vergoeding geschat kan worden. Dat komt de rechtszekerheid niet ten goede! Niet alleen het aantal complexe rechtszaken zal toenemen, maar ook de noodzaak om hierin door een specialist ter zijde te worden gestaan.