Download nieuwsflits (PDF)
Per 1 januari verandert er altijd veel in de wetgeving. Het jaar 2011 is geen uitzondering op deze regel. Hieronder staan voor de rechtsgebieden ondernemingsrecht, arbeidsrecht, contractenrecht, vastgoed- en bestuursrecht, personen- en familierecht, procesrecht en kunst en recht de belangrijkste wijzigingen. Ook wordt kort alvast een aantal geplande wijzigingen in de wetgeving behandeld.
Ondernemingsrecht
Wet aandeelhoudersrechten
Op 1 juli 2010 is de wet aandeelhoudersrechten in werking getreden. De wet geeft regels voor de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) van naamloze vennootschappen (NV's). Zo wordt voor beursgenoteerde NV's de oproepingstermijn voor een AVA verlengd van 15 naar 42 dagen. De oproeping tot een AVA kan geschieden door een via elektronische weg openbaar gemaakte aankondiging, die tot aan de AVA permanent toegankelijk moet zijn. De oproeping moet, naast de agenda, ook de plaats en het tijdstip van de vergadering vermelden. Bovendien moet de procedure voor deelname aan de vergadering worden vermeld, alsmede de wijze van uitoefening van het stemrecht via een elektronisch communicatiemiddel. Niet-beursgenoteerde NV's kunnen volstaan met vermelding van de plaats en het tijdstip van de AVA, mits in de oproeping wordt vermeld dat de agenda en de procedure ter kennis kunnen worden genomen ten kantore van de vennootschap.
Personenvennootschappen
Het in 2007 ingediende wetsvoorstel Personenvennootschappen ligt ter behandeling bij de Eerste Kamer en de verwachting is dat de wet in 2011 zal worden aangenomen. In het wetsvoorstel is bepaald dat de vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap en de openbare maatschappen zullen verdwijnen.De v.o.f. en c.v. zullen worden omgezet in een 'openbare vennootschap' (OV) of 'commanditaire vennootschap' (CV). De stille maatschap zal worden omgezet in een 'stille vennootschap'. Omzetting naar de 'nieuwe' vennootschap zal automatisch geschieden, zodat geen bijzondere handeling van de vennoten of maten nodig is.
Daarnaast kan men bij een OV en CV kiezen voor rechtspersoonlijkheid. De naam verandert hierdoor in OVR en CVR, waarbij de 'R' staat voor 'met rechtspersoonlijkheid'. Deze keuze dient bij notariële akte te worden gemaakt. Voor een OVR en CVR zal, in afwijking van hetgeen bij een besloten of naamloze vennootschap geldt, echter geen afgescheiden vermogen ontstaan. De vennoten van een OVR of CVR blijven dus nog steeds hoofdelijk aansprakelijk voor de aangegane schulden van de vennootschap (dit is nu ook het geval bij een v.o.f.). Een voordeel van een OVR of CVR is dat er op naam van de vennootschap rechtshandelingen verricht kunnen worden, zodat de vennootschap bijvoorbeeld zelf het eigendom van goederen kan verwerven. Daarnaast kunnen alleen een OVR of CVR worden omgezet in een besloten vennootschap.
Vereenvoudiging en flexibilisering van de B.V.
Ook het al in 2007 ingediende wetsvoorstel vereenvoudiging en flexibilisering van het B.V.-recht ligt inmiddels ter behandeling bij de Eerste Kamer. De voornaamste wijzigingen zijn:
De overheid heeft aangegeven dat de wet naar verwachting op 1 juli 2011 in werking zal treden.
Ingrijpen in bonussen
Bij de Tweede Kamer ligt een wetsvoorstel dat aanpassen van bonussen van bestuurders van NV's en financiële instellingen mogelijk moet maken. In het voorstel wordt aan het toezichthoudende orgaan (doorgaans de Raad van Commissarissen, RvC) de bevoegdheid toegekend om toegezegde bonussen aan te passen of reeds toegekende bonussen terug te vorderen als achteraf bezien blijkt dat de bonussen zijn toegekend op basis van onjuiste informatie of als uitkering in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. Als de RvC ondanks deze bevoegdheid toch onterechte bonussen goedkeurt, kunnen aandeelhouders van de NV of financiële instelling eisen dat de RvC alsnog actie onderneemt en kunnen zij commissarissen voor de door hen geleden schade aansprakelijk stellen.
Herziening zondagopenstelling
Per 1 januari 2011 is de gewijzigde Winkeltijdenwet in werking getreden. Door de wetswijziging worden gemeenten gedwongen om bij hun besluit om al dan niet meer dan 12 zondagopenstellingen per jaar toe te staan, meer factoren in hun afweging te betrekken dan de toeristische aantrekkingskracht. Hierbij valt te denken aan de belangen van winkeliers met weinig personeel, de zondagsrust, de veiligheid en de openbare orde in de gemeente. Gemeenten dienen in hun besluit ter zake te motiveren welke afweging tussen deze belangen heeft plaatsgevonden. Winkeliers en inwoners kunnen tegen een dergelijk besluit in beroep gaan bij de rechter.
Arbeidsrecht
Opbouw vakantiedagen tijdens ziekte
Bij langdurige ziekte bouwde de werknemer alleen over de laatste zes maanden van de ziekte vakantiedagen op. Het Europese Hof van Justitie oordeelde in 2009 dat deze Nederlandse wetgeving niet in lijn is met Europese regelgeving. Als gevolg hiervan is een wetsvoorstel ingediend, waardoor ook de zieke werknemer per jaar minimaal vier weken vakantie zal opbouwen. In het voorstel is ook opgenomen dat de wettelijk verplichte vakantiedagen automatisch vervallen indien zij niet zijn opgenomen binnen zes maanden na het kalenderjaar waarin zij zijn opgebouwd, tenzij de werknemer kan aantonen dat hij niet in staat was deze op te nemen. Met name het tweede deel van de wet stuit op veel verzet. (Zie voor meer informatie Meer ziek, meer vrij?)
Overgang van onderneming en gedetacheerden
In het arrest Heineken/Albron is uitgemaakt dat bij overgang van onderneming behalve de werknemers met een arbeidsovereenkomst, ook het bij die onderneming gedetacheerde personeel mee over kan gaan. (Zie voor meer informatie Overgang van onderneming: gedetacheerd personeel gaat mee over.)
Werkkostenregeling (WKR)
De WKR is een nieuw systeem om de belastbaarheid van vergoedingen (bv. reiskostenvergoeding) en verstrekkingen (bv. kerstpakket) vast te stellen in het kader van de arbeidsrelatie tussen werkgever en werknemer. De grootte van de WKR is 1,4% van de totale loonsom. De WKR komt in de plaats van de huidige regels voor vrije vergoedingen en verstrekkingen en kan gevolgen hebben voor de arbeidsvoorwaarden. Per 1 januari 2014 gaat de WKR voor iedereen in. Er geldt een overgangstermijn van drie jaren. Tot 2013 mag de werkgever ieder jaar vooraf kiezen voor toepassing van de nieuwe regels of voor de huidige regels. (Zie voor meer informatie Arbeidsrechtelijke gevolgen van de werkkostenregeling.)
Wet Modern Migratiebeleid (WMM)
Naar verwachting zal dit jaar de Wet Modern Migratiebeleid in werking treden. Door deze wet zal onder meer de aanvraag voor een verblijfsvergunning voor kennismigranten wijzigen. Voortaan hoeft niet meer na een machtiging tot voorlopig verblijf ook nog een aanvraag voor een verblijfsvergunning te worden ingediend. Na afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), wordt namelijk automatisch een verblijfsvergunning verleend. Kennismigranten die niet mvv-plichtig zijn, dienen nog wel een verblijfsvergunning aan te vragen.
Ook werkgevers mogen in het vervolg een vergunning voor hun werknemers aanvragen. Voor niet-mvv-plichtige kennismigranten kan dit zelfs al terwijl deze nog in het buitenland verblijven. Erkenning door de IND van de werkgever als 'referent' is dan verplicht. Voordeel van deze erkenning is dat de werkgever voor de aanvraag kan volstaan met het afleggen van een verklaring dat de kennismigrant aan de vereisten voor een aanvraag voldoet. (Zie voor meer informatie Modern migratiebeleid & ontslag buitenlands personeel.)
Gevolgen wijziging EG-verordening sociale zekerheid
Op 1 mei is de nieuwe verordening sociale zekerheid van kracht geworden. In de oude situatie kon het voorkomen dat een grensoverschrijdende werknemer in twee lidstaten verzekerd was, terwijl dat nu nog maar één kan zijn. Deze nieuwe verordening kan derhalve ingrijpende gevolgen hebben voor zowel werknemers als zelfstandigen die grensoverschrijdend werken. Voor Nederlandse werknemers en zelfstandigen die een onvoldoende substantieel gedeelte (minder dan 25%) van hun werktijd in hun woonland Nederland werken kan het tot gevolg hebben dat zij hier niet meer verzekerd zijn. Dit kan ook voor de werkgeverskosten aanzienlijke gevolgen hebben.
Toestemming UWV ook bij ontslag buitenlandse werknemer
Het Amsterdamse gerechtshof heeft recentelijk geoordeeld dat de ontslagbescherming uit het BBA zich niet beperkt tot bewaking van de Nederlandse sociaaleconomische verhoudingen en daarmee het veiligstellen van de belangen van de Nederlandse arbeidsmarkt. In overeenstemming met het huidige tijdsbeeld is het doel van de BBA vooral de ontslagbescherming van de werknemer. Dit houdt in dat een ontslagvergunning van het UWV ook vereist is, indien het een buitenlandse werknemer betreft met een arbeidsovereenkomst waarin het Nederlands recht toepasselijk is verklaard.
Einde dienstverband bij bereiken bepaalde leeftijd
Het Europese Hof van Justitie heeft op 12 oktober 2010 in een Duitse zaak bevestigd dat het opnemen van een pensioenbeding in de collectieve arbeidsovereenkomst geen verboden onderscheid naar leeftijd oplevert. In de (collectieve) arbeidsovereenkomst van de werkneemster was bepaald dat bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd een einde van rechtswege zou volgen. Zij was het daar niet mee eens en stapte naar de Duitse rechter die zich tot het Hof van Justitie wendde. Desgevraagd oordeelde het Hof dat deze bepaling in de arbeidsovereenkomst in beginsel weliswaar onderscheid maakt op grond van leeftijd maar dat dit onderscheid objectief gerechtvaardigd is. Ook de nationale wetgeving die een dergelijk beding mogelijk maakt is toegestaan.
Elektronische loonstrook
Per 1 juli 2010 is het wettelijk toegestaan om een loonstrook elektronisch aan de werknemer te verstrekken. Hieraan zijn wel voorwaarden gesteld.
Aanpassing wettelijk minimumloon
Het wettelijk brutominimumloon voor werknemers van 23 jaar en ouder bedraagt per 1 januari 2011 bij een volledig dienstverband € 1424,40 per maand.
Contractenrecht
Geen volmacht, toch gebonden
Veel ondernemers laten overeenkomsten afsluiten door werknemers die zij - impliciet of expliciet - gevolmachtigd hebben. In de wet is vastgelegd dat een onderneming zelfs zonder volmacht door een vertegenwoordiger gebonden kan worden aan een derde, indien de derde op basis van verklaringen en gedragingen van de onderneming gerechtvaardigd vertrouwd heeft dat de persoon met wie hij de overeenkomst sloot daartoe een volmacht bezat. In recente rechtspraak van de Hoge Raad is beslist dat een onderneming nog sneller gebonden kan raken aan de derde terwijl een (toereikende) volmacht ontbreekt. Gerechtvaardigd vertrouwen wordt nu ook al aangenomen wanneer er niet op tijd geklaagd wordt over de niet gewenste overeenkomst of wanneer de derde reeds geruime tijd zaken deed met de (ontoereikend) gevolmachtigde werknemer. Deze omstandigheden komen voor risico van de onderneming. Let als ondernemer dus goed op of uw werknemers niet ondanks het ontbreken van een voldoende volmacht toch zaken namens u doen. (Zie voor meer informatie Geen volmacht gegeven? Toch gebonden!)
Elektronisch contracteren
Hoewel het reeds geruime tijd mogelijk was om op een elektronische wijze (bijvoorbeeld door middel van internet of e-mail) een overeenkomst te sluiten of algemene voorwaarden ter hand te stellen, ontbrak hier een wettelijke regeling voor. Deze is sinds 1 juli 2010 van kracht geworden: alle overeenkomsten kunnen elektronisch afgesloten worden en ook de algemene voorwaarden kunnen elektronisch ter hand gesteld worden, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Voor notariële akten geldt een uitzondering: deze dienen nog steeds door een notaris te worden ondertekend en kunnen niet uitsluitend elektronisch worden vastgelegd. Tot de specifieke vereisten waaraan een elektronische overeenkomst dient te voldoen, behoren het raadpleegbaar zijn van de overeenkomst voor beide partijen en het elektronisch verifiëren van de identiteit van de partijen, aangezien die niet meer door de handtekening kan worden vastgesteld.
Stilzwijgende verlenging abonnementen
Op 5 oktober 2010 is de wet Stilzwijgende verlenging en opzegtermijn bij lidmaatschappen, abonnementen en overige overeenkomsten aangenomen. Deze wet maakt het voor consumenten mogelijk om eenvoudiger en sneller hun stilzwijgend verlengde overeenkomst met bijvoorbeeld een telefoonprovider, elektriciteitsmaatschappij of tijdschriftuitgever te beëindigen. Dit verloopt via de regeling voor algemene voorwaarden. De consument kan na invoering van deze regeling namelijk (een gedeelte van) de algemene voorwaarden van deze bedrijven vernietigen, indien deze voorwaarden hem beperkingen opleggen in de wijze van opzegging van de overeenkomst (bijvoorbeeld dat slechts tegen één datum per jaar kan worden opgezegd). Overigens treedt de wet pas in werking op 1 december 2011. (Zie voor meer informatie Algemene voorwaarden in de nationale en internationale praktijk.)
Bestuursrecht en vastgoed
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is sinds 1 oktober 2010 van kracht. Daarin zijn 25 verschillende omgevingsgerelateerde vergunningsstelsels (waaronder bouw- en milieuvergunningen) samengebracht. Voor een bouwproject en alle vergunningen die daar voorheen voor nodig waren kan worden volstaan met één aanvraag, bij één loket, voor één omgevingsvergunning. Die ene aanvraag wordt inhoudelijk nog wel getoetst aan toetsingskaders uit verschillende wettelijke regelingen. (Zie voor meer informatie Wabo: minder vergunningen, minder complex? en Wabo in werking, projectbesluiten waardeloos.)
Planschadevergoeding aan derden
Planschade is de schade die ontstaat vanwege een planologisch besluit dat de gemeente heeft genomen. Indien de gemeente een dergelijk besluit neemt op verzoek van een bedrijf of particulier en met hen een planschadevergoedingsovereenkomst heeft gesloten kunnen zij gehouden zijn om planschadevergoeding aan derden te betalen. Dat is de uitkomst van een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 24 november 2010. Als het bedrijf of de particulier het niet eens is met het bedrag dat hij moet betalen, moet hij zich wenden tot de civiele rechter.
Modelhuurovereenkomst winkelruimte RND
Sinds mei 2010 is er een nieuwe modelhuurovereenkomst voor winkelruimte van de Raad voor Nederlandse Detailhandel, het model RND 2010. Dit is gunstiger voor de huurder dan het model van de Raad voor Onroerende Zaken uit 2008:
Opzegging bedrijfsruimte
De nieuwe eigenaar van een 290-bedrijfsruimte krijgt meer mogelijkheden om de huur van de zittende huurder onmiddellijk op te zeggen. Dat lijkt althans de uitkomst van een belangrijk arrest dat de Hoge Raad op 24 september 2010 wees. De Hoge Raad oordeelde dat de wachttijd van drie jaar – die voorheen ruim werd toegepast om huurders te beschermen – alleen geldt voor de opzeggingsgrond dringend eigen gebruik en niet meer geldt vanaf het tiende jaar van de huurovereenkomst. De Hoge Raad lijkt hiermee een nieuwe weg in te slaan.
Bouwbesluit 2010
Personen- en familierecht/Erfrecht
Wijziging partnerbegrip
Per 1 januari 2011 is het fiscaal partnerbegrip gewijzigd met als doel vereenvoudiging en harmonisatie van de verschillende wetten waar het partnerbegrip een rol speelt. Tot en met 2010 konden echtgenoten in echtscheiding in onderling overleg - eventueel met terugwerkende kracht - een fiscaal zo gunstig mogelijk moment kiezen voor het eindigen van het fiscaal partnerschap. Door de invoering van objectieve criteria voor de vaststelling van de einddatum van het fiscaal partnerschap (indiening echtscheidingsverzoek èn uitschrijving GBA) is hiervoor thans minder ruimte. Partijen kunnen de einddatum van het fiscaal partnerschap nog wel zelf bepalen door er voor te zorgen dat ze op een bepaalde datum aan beide criteria voldoen, maar dit kan niet meer met terugwerkende kracht en heeft bovendien diverse andere civielrechtelijke gevolgen. Zo zijn aan de indiening van een echtscheidingsverzoek verschillende termijnen en peildata gekoppeld, die verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor de uiteindelijke uitkomst van de echtscheidingsprocedure en daarom bij het maken van de eerste keuzes bij uiteengaan, al meegenomen moeten worden. De eigenwoningregeling (hypotheekrenteaftrek voor de voormalige gezamenlijke woning, gedurende twee jaar na het feitelijk uiteengaan) blijft ook na 1 januari 2011 onverkort van toepassing.(Zie voor meer informatie Gevolgen wijziging fiscaal partnerbegrip en de echtscheiding.)
Einde alimentatieverplichting
De alimentatieplicht tegenover een ex-echtgenoot eindigt na verloop van twaalf jaren. De ex-echtgenoot kan dan binnen drie maanden bij de rechter verzoeken om verlenging van de termijn. Veel alimentatieplichtigen betaalden, na afloop van de twaalfjarentermijn, nog drie maanden alimentatie door, zodat de alimentatiegerechtigde te laat was met het indienen van een verzoek tot verlenging. De Hoge Raad heeft hier afgelopen jaar een einde aan gemaakt door te bepalen dat wanneer de alimentatieplichtige zonder waarschuwing langer doorbetaalt dan noodzakelijk is, dit moet worden gezien als een stilzwijgende overeenkomst dat de alimentatie doorloopt. De driemaandentermijn om een verlenging aan te vragen gaat dan pas in vanaf het moment dat de betalingen gestopt zijn, of alsnog een waarschuwing wordt gedaan. (Zie voor meer informatie Einde alimentatie: staken of melden.)
Afstortingsplicht van de DGA en/of vennootschap voor pensioen
Inmiddels is vaste rechtspraak dat een DGA in een echtscheiding verplicht kan worden tot afstorting van de pensioenaanspraak van de ex-echtgenote bij een externe verzekeraar – tenzij de continuïteit van de onderneming daardoor in gevaar komt – en dat hij een zorgplicht heeft om voor voldoende dekking te zorgen. Die afstorting kan bovendien onder omstandigheden, niet alleen van de DGA maar ook van de vennootschap zelf gevorderd worden. Afgelopen jaar is de rechtspraak nog een stap verder gegaan door te bepalen dat ook de vennootschap bij het ontbreken van voldoende dekking aansprakelijk kan zijn, wegens niet voldoen aan de zorgplicht.(Zie voor meer informatie Holding in houdgreep van ex?)
Indexering alimentatie
Voor alle alimentaties die zijn vastgesteld vanaf 1 januari 1973 geldt dat die jaarlijks automatisch geïndexeerd worden, tenzij de indexering expliciet door de rechter of bij overeenkomst is uitgesloten. Dit indexeringspercentage is over 2010 op 0,9 % bepaald. Dit betekent dat alle lopende alimentaties vanaf 1 januari 2011 automatisch met 0,9 % verhoogd worden. Hoewel de alimentatie automatisch wordt verhoogd, betekent dit niet dat het verhoogde bedrag ook betaald wordt. Als dat niet het geval is, kan de niet uitbetaalde verhoging nog tot vijf jaren terug geïnd worden.(Zie voor meer informatie Indexering alimentatie vergeten? In op tijd!)
Wetsvoorstel aanpassing huwelijksvermogensrecht
Bij de Eerste Kamer is nog aanhangig het wetsvoorstel ter aanpassing van het huwelijksvermogensrecht. Hoofdpunten uit deze wet zijn:
Procesrecht
Aanpassing griffierechtenstelsel
Griffierecht is de heffing die partijen dienen te betalen voor het voeren van een gerechtelijke procedure. Dit recht werd altijd berekend aan de hand van een percentage van de vordering. Per 1 november 2010 wordt er in civiele zaken gerekend met een aantal schijven met vaste bedragen.
Met ingang van 2011 zal het niet voldoen van de griffierechten voor de eiser leiden tot het niet-ontvankelijk verklaren van zijn vordering en een veroordeling in de proceskosten. Voldoet een gedaagde de griffierechten niet, dan zal in de zaak een verstekvonnis worden gewezen. Tegen beide vonnissen is slechts in uitzonderlijke gevallen hoger beroep mogelijk. Het is dus van groot belang dat de griffierechten tijdig worden betaald.
Meer zaken bij kantonrechter vanaf 2011
In 2011 zal naar verwachting het bedrag waarvoor de kantonrechter bevoegd is, worden verhoogd van € 5.000 naar € 25.000 en voor consumentenkoopgeschillen naar € 40.000. Dit is het maximum bedrag van de vordering die nog door de kantonrechter mag worden behandeld. Voor kantonrechterszaken bent u niet verplicht om een advocaat als procesvertegenwoordiger in de arm te nemen. Door de verruiming van de kantonrechtersgrens groeien echter ook de belangen die gemoeid zijn met een kantonrechterszaak en wordt een gedegen advies juist in deze procedures nog belangrijker. Hierbij staan wij u vanzelfsprekend graag bij.
Wettelijke (handels)rente
Als een factuur niet tijdig wordt betaald, kunt u als ondernemer rente in rekening brengen. Er zijn twee typen te onderscheiden: wettelijke rente (3%) en wettelijke handelsrente (8%). Beide percentages zijn ongewijzigd. Wettelijke rente kunt u in rekening brengen aan consumenten, nadat u de consument in gebreke heeft gesteld. Professionele wederpartijen zijn echter direct in verzuim (na verloop van de betalingstermijn van 30 dagen) en van rechtswege wettelijke handelsrente verschuldigd. Maar u dient deze wettelijke handelsrente wel te vorderen. Als deskundigen kunnen wij u bijvoorbeeld precies aangeven over welke periode u deze rente kunt vorderen en hoe u deze rente in uw algemene voorwaarden kunt opnemen.
Kunst en recht
Kunsthandel geconfronteerd met hogere heffingen
In het kader van het Belastingplan 2011 is de heffing op antiquiteiten en kunstvoorwerpen die van buiten de EU in Nederland worden ingevoerd verhoogd van 6% naar 19%. De regering beoogt met deze verhoging € 42 miljoen extra te incasseren. Of deze doelstelling gehaald zal worden is zeer twijfelachtig, ondermeer omdat het Europese recht mogelijkheden biedt om de invoer zodanig te verleggen dat van gunstiger heffingspercentages geprofiteerd kan worden.
Meer informatie
Indien u vragen heeft over de nieuwe wetgeving of wanneer u meer wilt weten over de gevolgen hiervan voor u, kunt u contact opnemen met mr. drs. Reinier W.L. Russell (reinier.russell@russell.nl).